zaterdag 14 februari 2015

Kritiek van het mensenverstand

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 106
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Men heeft zich lang met de ‘Kritiek van de Rede’ beziggehouden, ik wenste een kritiek van het mensenverstand. Het zou een ware weldaad voor het mensengeslacht zijn, wanneer men overtuigend kon aantonen, hoe ver het algemene verstand kan reiken, en dat is juist net zoveel als het algemene verstand voor het leven volkomen benodigd is.


Man hat sich lange mit der Kritik der Vernunft beschäftigt; ich wünschte eine Kritik des Menschenverstandes. Es wäre eine wahre Wohltat fürs Menschengeschlecht, wenn man dem Gemeinverstand bis zur Überzeugung nachweisen könnte, wie weit er reichen kann, und das ist gerade so viel, als er zum Erdenleben vollkommen bedarf.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                               bij spreuk 106 tot en met 108


Om reden genoemd in het commentaar bij spreuk 104 en 105 verlangt Goethe een Kritiek van het Algemene Verstand.


Aus dem in der Anmerkung zu Nr. 104 - 105 angegebenen Grunde verlangt Goethe eine Kritik des Gemeinverstandes.


Audiovisuele weergave spreuk 106




Documentaire
Goethe - Genie Mit Vielen Gesichtern - Dokumentation

2 opmerkingen:

  1. Noten

    ① Waarschijnlijk doelt Goethe hier in het bijzonder op de volgende werken van Immanuel Kant:
    Kritiek van de zuivere rede (Kritik der reinen Vernunft; 1781)
    Kritiek van de praktische rede (Kritik der praktischen Vernunft; 1788)
    Kritiek van het oordeelsvermogen (Kritik der Urteilskraft; 1790)

    ② Ter wille van nader begrip van de in spreuk 106 aangesneden kwestie wijs ik bij dezen op een deel van een voetnoot van Rudolf Steiner, noot 1, bij diens schrifttekst Goethes wereldbeschouwing in zijn ‘Sprüche in Prosa’ (bovenaan bladzijde 8 van het webdocument); een deelcitaat daaruit:

    Uit: Goethes wereldbeschouwing in zijn ‘Sprüche in Prosa’ (Rudolf Steiner, bladzijde 8)

    Goethe’s opvattingen staan in de scherpst denkbare tegenstelling tot de kantiaanse filosofie. Deze gaat van de opvatting uit dat de voorstellingswereld door de wetten van de menselijke geest wordt beheerst en derhalve alles wat haar van buiten tegemoet wordt gebracht, slechts als een subjectieve weerglans in haar aanwezig kan zijn. De mens neemt niet het “op zich” van de dingen waar, maar de verschijning, die daardoor ontstaat omdat de dingen hem prikkelen en hij deze aandoeningen met elkaar verbindt naar de wetten van zijn verstand en zijn rede (Duitse begrip ‘Vernunft’). Dat door deze rede (Vernunft) het wezen van de dingen spreekt, daarvan hebben Kant en de kantianen geen vermoeden. Daarom kon de filosofie van Kant voor Goethe niet iets betekenen. Zodra hij enkele van diens stellingen eigen maakte, gaf hij ze een volledig andere betekenis als ze binnen de leerstelling van de geestelijk vader (Kant) hebben. Vanwege een notitie, die pas na het opengaan van het Weimarse Goethe-Archief bekend is geworden, is duidelijk dat Goethe het contrast tussen zijn wereldbeeld en die van Kant zeer wel doorzag. Daarin zit voor hem de kardinale fout van Kant, dat die “het subjectieve kenvermogen nu zelf als object beziet en het punt waar subjectief en objectief samenkomen, weliswaar scherp maar niet geheel juist van elkaar scheidt.” Subjectief en objectief treden samen op, wanneer de mens dat wat zijn innerlijk te kennen geeft, verenigd met een aaneengevoegd wezen van de dingen. Dan wordt de subjectief en objectief tegenstelling geheel opgeheven; hij verdwijnt in de verenigde werkelijkheid." […]”.

    Voorts zij in dit verband gewezen op nadere uitdieping van het Duitse begrip Vernunft, aan de orde gesteld in het AnthroWiki artikel Vernunft.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Noten (vervolg)

    ③ Voor menig antroposoof dringt zich bij dit aforisme, in ieder geval is dat bij mij zo, de gedachte op, dat Goethe hier in feite een verlangen uitspreekt, welke met de inhoud van Rudolf Steiners geschrift De Filosofie van de Vrijheid eigenlijk in vervulling ging.

    ④ Opmerkelijk mag Steiners idee over de mogelijke reikwijdte mensenverstand worden genoemd, een voorbeeld, als je een tekstdeel uit de voordrachtenreeks Karmaonderzoek 2, bladzijde 228 in het oog vat, ook daaruit een deelcitaat:

    Uit: Karmaonderzoek 2 (een voordracht van Rudolf Steiner; Dornach, 30 mei, 1924; bladzijde 228)

    “[…] Deze fijne, subtiele gevoeligheid zijn de hedendaagse, moderne mensen veelal kwijtgeraakt. Zij beleven de dingen nogal vierkant. Maar neemt u eens aan dat een mens in een fijngevoeliger stemming probeert terug te kijken op de verhouding die hij tot iemand heeft gehad die hem in zijn jeugd tot voorbeeld was, een leraar bijvoorbeeld. Het is immers niet altijd zo dat de mensen op hun vroegere leraren slechts met minachting kunnen terugkijken, het is ook mogelijk en het komt ook voor dat mensen met een zekere innerlijke bevrediging terugzien op zulke mensen die hun opvoeders, hun voorbeelden waren. In zo'n geval kan het terugzien op de verborgen, innerlijke beleving van vroeger op een bepaalde manier verdiept worden. Je kunt ontdekken dat je bijvoorbeeld tussen het zevende en het veertiende jaar het gevoel had dat je dat wat deze vereerde leraars-autoriteit deed, ook moest doen, dat je helemaal niet anders kon dan hetzelfde te doen als hij. Of je had het gevoel dat wanneer deze vereerde leraar iets onderwees, iets zei, je dat al eerder had gehoord, dat het alleen een soort herkenning was. Dat hoort zelfs tot de mooiste verworvenheden in het leven, wanneer je naar zoiets kunt kijken dat een herkenning lijkt. En dan kom je tot de gedachte: daar moet iets aan ten grondslag liggen. En je kunt al met je gezonde mensenverstand vaststellen: in dit leven kan daar natuurlijk niets aan ten grondslag liggen. Zo word je door het gezonde mensenverstand op vroegere levens gewezen. Zo worden dan ook vele mensen door hun gezonde mensenverstand op vroegere levens gewezen. […]”

    Let wel: Steiner doelt hier op een beginnende notie van karma en reïncarnatie aan de hand van concrete levenservaringen, waartoe gezond en onbevangen mensenverstand dienst kan doen. Dat is wat anders als concreet schouwen van vorige levens, waarvoor een helderziende staat van bewustzijn is benodigd welke door veel mensen nog niet is bereikt.

    BeantwoordenVerwijderen

Overzicht van alle blogberichten op Sprüche in Prosa

2015

Spreuk 158 – Levende eenheid – 14 mei 2015

Spreuk 157 – Heuristiek – 12 mei 2015

Spreuk 156 – Illusoire inkapseling – 7 mei 2015

Spreuk 155 – Verstommen – 4 mei 2015

Spreuk 154 – Skelet en eeuwige rede – 2 mei 2015

Spreuk 153 – Geognosie en verbeeldingskracht - 30 april 2015

Spreuk 152 – Creatief omwerken – 28 april 2015

Spreuk 151 – Onderscheiden van rede en verstand – 25 april 2015

Spreuk 150 – Algemene oorzaken – 18 april 2015

Spreuk 149 – Eenvoud – 16 april 2015

Spreuk 148 – Ondeelbaar fenomeen – 15 april 2015

Spreuk 147 – Geschiedkundige methode – 13 april 2015

Spreuk 146 – Mechaniseren – 12 april 2015

Spreuk 145 – Tezamen gedacht – 11 april 2015

Spreuk 144 – Symptoom en kwaal – 9 april 2015

Spreuk 143 – Werking en oorzaak – 8 april 2015

Spreuk 142 – Nadelen bij vragen over oorzakelijkheid – 6 april 2015

Spreuk 141 – Causaliteitsdenken – 5 april 2015

Spreuk 140 - Nabijgelegen fenomenen en hardleersheid – 4 april 2015

Spreuk 139 – Fenomenen gewaarworden – 3 april 2015

Spreuk 138 – Mensheidsformaat of kleingeestigheid – 2 april 2015

Spreuk 137 – Oerfenomenen en angst – 31 maart 2015

Spreuk 136 – Karakteristieke oerfenomenen – 30 maart 2015

Spreuk 135 – Kernvraagstukken – 29 maart 2015

Spreuk 134 – Oorspronkelijke condities – 28 maart 2015

Spreuk 133 – Voortgang onderzoek – 23 maart 2015

Spreuk 132 – Elementaire ervaringen – 22 maart 2015

Spreuk 131 – Beroep doen op metafysica – 21 maart 2015

Spreuk 130 – Metafysica van de verschijnselen – 20 maart 2015

Spreuk 129 – Bestaan – 19 maart 2015

Spreuk 128 – Betrekkelijk en toch absoluut – 18 maart 2015

Spreuk 127 – De natuur en het bijzondere en het algemene – 17 maart 2015

Spreuk 126 – Ware symboliek – 16 maart 2015

Spreuk 125 – Bijzonder algemeen – 15 maart 2015

Spreuk 124 – Geldige algemeenheid – 14 maart 2015

Spreuk 123 – Trefzeker – 13 maart 2015

Spreuk 122 – Operationeel waarheidsgevoel – 12 maart 2015

Spreuk 121 – Waarde van fenomenen – 11 maart 215

Spreuk 120 – Experiment – 10 maart 2015

Spreuk 119 – Uitvindingen en ontdekkingen – 9 maart 2015

Spreuk 118 – Principe van de kleurschakering – 8 maart 2015

Spreuk 117 – Werkende beginselen – 25 februari 2015

Spreuk 116 – Deelverklaring – 24 februari 2015

Spreuk 115 – Van weten naar wetenschap – 23 februari 2015

Spreuk 114 – Groeiende twijfel – 22 februari 2015

Spreuk 113 – Waarachtig en leugenachtig – 21 februari 2015

Spreuk 112 – Wetenschappelijke zekerheid – 20 februari 2015

Spreuk 111 – Spinozisme versus machiavellisme – 19 februari 2015

Spreuk 110 – Enthousiast overdenken – 18 februari 2015

Spreuk 109 – Consequenties – 17 februari 2015

Spreuk 108 – Praktijk en mensenverstand – 16 februari 2015

Spreuk 107 – Filosofie en mensenverstand – 15 februari 2015

Spreuk 106 – Kritiek van het mensenverstand – 14 februari 2015

Spreuk 105 – Algemeen verstand – 13 februari 2015

Spreuk 104 – Genius – 12 februari 2015

Spreuk 103 – Markant – 11 februari 2015

Spreuk 102 – Onderscheid en verstand – 10 februari 2015

Spreuk 101 – Uit elkaar houden en invoegen – 9 februari 2015

Spreuk 100 – Poëzie van het genie – 8 februari 2015

Spreuk 99 – Uiterlijk en innerlijk – 7 februari 2015

Spreuk 98 – Gewoon bekijken en zuiver aanschouwen – 6 februari 2015

Spreuk 97 – Zuiver opvatten en recht doen – 5 februari 2015

Spreuk 96 – Vruchtbare beschouwingswijze – 4 februari 2015

Spreuk 95 – Geen mythologie en legenden in de wetenschap – 3 februari 2015

Spreuk 94 – Twee klippen – 2 februari 2015

Spreuk 93 – Niet op slot gooien – 1 februari 2015

Spreuk 92 – Analogie met goed gezelschap – 31 januari 2015

Spreuk 91 – Inductie – 30 januari 2015

Spreuk 90 – Voortschrijden – 29 januari 2015

Spreuk 89 – Axioma enthymeem – 28 januari 2015

Spreuk 88 – Ongeluk – 27 januari 2015

Spreuk 87 – Herleiden en relateren – 26 januari 2015

Spreuk 86 – Eenvoud – 25 januari 2015

Spreuk 85 – Strategie – 24 januari 2015

Spreuk 84 – Probleem onderkennen – 23 januari 2015

Spreuk 83 – Miniaturen – 22 januari 2015

Spreuk 82 – Leemten – 21 januari 2015

Spreuk 81 – Afstemmen – 20 januari 2015

Spreuk 80 – Zekere koers met open blik – 19 januari 2015

Spreuk 79 – Bekopen en losraken – 18 januari 2015

Spreuk 78 – Feedback – 17 januari 2015

Spreuk 77 – Diepgang – 16 januari 2015

Spreuk 76 – Gelijke bron – 15 januari 2015

Spreuk 75 – Speelruimte voor vergissingen – 14 januari 2015

Spreuk 74 – Onwillig mopperen – 13 januari 2015

Spreuk 73 – Direct benutten – 12 januari 2015

Spreuk 72 – Voortreffelijkheid – 11 januari 2015

Spreuk 71 – Ware wijsheid – 10 januari 2015

Spreuk 70 – Wakker ontwaken – 9 januari 2015

Spreuk 69 – Achterhalen – 8 januari 2015

Spreuk 68 – Bestendigen – 7 januari 2015

Spreuk 67 – Aanmatiging matigen – 6 januari 2015

Spreuk 66 – Geholpen worden of verward raken – 5 januari 2015

Spreuk 65 – Binnensluipen en afweren – 4 januari 2015

Spreuk 64 – Onjuiste voorstelling van zaken – 3 januari 2015

Spreuk 63 – Vasthouden of loslaten – 2 januari 2015

Spreuk 62 – Goede voornemens – 1 januari 2015

2014

Spreuk 61 – Geen idee – 31 december 2014

Spreuk 60 - Realiteitszin, aannamen en hersenschimmen – 30 december 2014

Spreuk 59 – Guitig opgestelde hypothesen – 29 december 2014

Spreuk 58 – Rijzende problemen – 28 december 2014

Spreuk 57 – Hypothesen als loopplanken – 27 december 2014

Spreuk 56 – Wirwar – 26 december 2014

Spreuk 55 - Vitterige waarnemers en grillige theoretici – 25 december 2014

Spreuk 54 – Abstraheren en concretiseren – 24 december 2014

Spreuk 53 – Nut van theorieën – 23 december 2014

Spreuk 52 – Nietszeggende gemiddelden – 22 december 2014

Spreuk 51 – Zuivere ervaring – 21 december 2014

Spreuk 50 – Productieve kracht laten gelden – 20 december 2014

Spreuk 49 – Onverloochenbaar – 19 december 2014

Spreuk 48 – Eigenheid – 18 december 2014

Spreuk 47 – Januskop – 17 december 2014

Spreuk 46 – Dialectiek – 16 december 2014

Spreuk 45 – Terminologie in verhouding tot fenomenen – 15 december 2014

Spreuk 44 – In het oog vatten en doordenken – 14 december 2014

Spreuk 43 – Taalworstelingen – 13 december 2014

Spreuk 42 – Bemoeienis – 12 december 2014

Spreuk 41 – Zelfeducatie en ondersteuning – 11 december 2014

Spreuk 40 – Transparantie – 10 december 2014

Spreuk 39 – Maximes helder bezien – 9 december 2014

Spreuk 38 – Omstreden raken – 8 december 2014

Spreuk 37 – Zwart op wit – 7 december 2014

Spreuk 36 - Gehoorbereik – 6 december 2014

Spreuk 35 – Onbegrip 5 december 2014

Spreuk 34 – Vermeend weerleggen – 4 december 2014

Spreuk 33 – Gezindheden – 3 december 2014

Spreuk 32 – Leer van Newton – 2 december 2014

Spreuk 31 – Onenigheid en problemen – 1 december 2014

Spreuk 30 – Gekante meningen – 30 november 2014

Spreuk 29 – Probleemstelling en twistappels – 29 november 2014

Spreuk 28 – Stokken en stilstaan – 28 november 2014

Spreuk 27 – Verstaanbaarheid – 27 november 2014

Spreuk 26 – Inlevingsvermogen – 26 november 2014

Spreuk 25 – Glad ijs – 25 november 2014

Spreuk 24 – Vrije val en botsing – 24 november 2014

Spreuk 23 – Antropomorfisme inherent aan menselijke natuur – 23 november 2014

Spreuk 22 – Wie of wat spreekt zich uit? – 22 november 2014

Spreuk 21 – Gelijke onderkent gelijke – 21 november 2014

Spreuk 20 – Uitgangspunt bij menselijke waarheden – 20 november 2014

Spreuk 19 – Menselijke voorstellingswijze en menselijke waarheid – 19 november 2014

Spreuk 18 – Ja en nee uit de mond van de natuur – 18 november 2014

Spreuk 17 – Verstand en hulpmiddelen – 17 november 2014

Spreuk 16 – Vrije focus – 16 november 2014

Spreuk 15 – Het onbeschrijfbare beschrijven – 15 november 2014

Spreuk 14 – Berekening en experiment – 14 november 2014

Spreuk 13 – Mens en moderne fysica – 13 november 2014

Spreuk 12 – Tolk van het verstand – 12 november 2014

Spreuk 11 – Zintuiglijke ervaringen en geestelijke vermogens – 11 november 2014

Spreuk 10 – Perspectivische wetten – 10 november 2014

Spreuk 9 – Blikrichting en corresponderende hoek – 9 november 2014

Spreuk 8 – Verschilzicht en positieverandering – 8 november 2014

Spreuk 7 – Gezichtsvermogen – 7 november 2014

Spreuk 6 – Vergelijken – 6 november 2014

Spreuk 5 – Aan- en indachtigheid – 5 november 2014

Spreuk 4 – Bedrieglijk oordeel – 4 november 2014

Spreuk 3 – Betrouwbare zintuigen – 3 november 2014

Spreuk 2 – Menselijke wijsheid – 2 november 2014

Spreuk 1 - Kenverhoudingen - 1 november 2014

Inleiding en verantwoording van Rudolf Steiner – 1 november 2014

Introductie en verantwoording – 1 november 2014