donderdag 1 januari 2015

Goede voornemens

Johann Wolfgang von Goethe                                                              Spreuk 62
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Wanneer men de menselijke geest van een hypothese bevrijdt, die hem onnodig inperkte, die hem noodzaakte verkeerd te zien, foutief te combineren, in plaats van te kijken te piekeren, in plaats van te oordelen te spelen met woorden en begrippen, dan heeft men hem al een grote dienst bewezen. Hij bekijkt de fenomenen vrijer, in andere verhoudingen en verbindingen, hij ordent ze op zijn wijze en krijgt weer de gelegenheid zich op zijn manier te vergissen, een gelegenheid, die van onschatbare waarde is, wanneer hij tengevolge daarvan er snel toe raakt, zijn vergissing zelf weer in te zien.


Wenn man den menschlichen Geist von einer Hypothese befreit, die ihn unnötig einschränkte, die ihn nötigte falsch zu sehen, falsch zu kombinieren, anstatt zu schauen zu grübeln, anstatt zu urteilen zu sophistisieren, so hat man ihm schon einen großen Dienst erzeugt. Er sieht die Phänomene freier, in anderen Verhältnissen und Verbindungen an, er ordnet sie nach seiner Weise und er erhält wieder die Gelegenheit selbst und auf seine Weise zu irren, eine Gelegenheit, die unschätzbar ist, wenn er in der Folge bald dazu gelangt, seinen Irrtum selbst wieder einzusehen.



Rudolf Steiner                                                                                 Commentaar
                                                                                  bij spreuk 60 tot en met 62



Onwerkelijk is een hypothese, die niet wordt opgesteld voor het in spreuknummer 57 geschilderde doel, doch waarmee men zich geruststelt, zonder de correctie van de werkelijkheid te zoeken. Idee noemt Goethe een begrip welke met de werkelijkheid samenhangt. Bedenkt het verstand abstracte hypothesen, waarvan de begripsinhoud zich van de werkelijkheid verwijdert en zich niet door haar laat controleren, dan vervangt hij de idee. Datzelfde kan bij verbeeldingskracht het geval zijn.


Phantastisch ist eine Hypothese, die nicht zu dem in Nr. 57 geschilderten Zwecke aufgestellt wird, sondern bei der man sich beruhigt, ohne die Korrektur der Wirklichkeit zu suchen. Idee nennt Goethe einen Begriff der mit der Wirklichkeit zusammenhängt. Erfindet der Verstand abstrakte Hypothesen, deren Begriffsinhalt sich von der Wirklichkeit entfernt und sich nicht von ihr kontrollieren läßt, so setzt er sich an Stelle der Idee. Dasselbe kann bei der Einbildungskraft der Fall sein.



Audiovisuele weergave spreuk 62




Muziek
Three Scenes from Goethe's Faust - Part 1 - Aleksandr Lokshin

14 opmerkingen:

  1. Zie in dit verband ook maandspreuk januari 2015, opgenomen in de rechterkolom.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Onwerkelijk is een hypothese - Phantastisch ist eine Hypothese! Onwerkelijk of Fantasie?Zie commentaar Rudolf Steiner.
    In de huidige stand van Goethe’s Wörter Buch, gereed van A t/m M, is Phantasie afzonderlijk of in samenhang is nog niet te duiden.

    Ik pleit voor Fantasie/Fantastisch in de betekenis van verbeelding/verbeeldigsvermogen, namelijk:

    Daar zou je hem – Goethe – moeten hebben horen spreken over de toverkracht van de fantasie.
    De toverkracht die de ongelijke dingen verbind en ene voorwerp door het andere verheerlijkt word.

    Aan H.Voβ, 01-4-1817

    …dat de fantasie haar eigen wetten heeft, waar het verstand niet kan en moet bijkomen kan.
    Indien door de fantasie niet die dingen zouden ontstaan, die voor het verstand eeuwig problematisch zouden blijven, dan was het met de fantasie somber gesteld.
    Het is de fantasie waardoor de poëzie zich van het proza onderscheidt, bij welke het verstand steeds thuis is en kan en mag zijn.

    Aan Eckermann, 05-07-1827

    Goethe noemt de fantasie de vierde hoofdkracht van ons geestelijk wezen, zij vult de zintuiglijke aan.
    Die Phantasie ist die vierte Hauptkraft unsers geistigen Wesens, sie suppliert die Sinnlichkeit, unter der Form des Gedächtnisses, sie legt dem Verstand die Welt- Anschauung vor, unter der Form der Erfahrung, sie bildet oder findet Gestalten zu den Vernunftideen und belebt also die sämtliche Menscheneinheit, welche ohne sie in öde Untüchtigkeit versinken müsste.
    An Herzogin Maria Anna Pauwlona 03-01-1817.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik begrijp je punt Matthijs. Fantasie en vermogen om te fantaseren is heel belangrijk en wordt hier inderdaad aangeroerd. Maar Goethe en Steiner maken daarbij wel onderscheid tussen fantasie en verbeeldingskracht die met een werkelijkheid of een hogere werkelijkheid spoort of niet. En als dat laatste het geval is er volgens deze beide heren sprake van ledig fabuleren.

      In zijn kunstbeschouwingen en ook bij geesteswetenschappelijke verhandeling heeft Steiner fantasie de status van voorstadium van geestelijke imaginaties toegekend. Niet voor niets was hij bijvoorbeeld zeer te spreken over Goethe's Faust.

      Verwijderen
    2. En ledig fabuleren, verbonden met zeer bepaalde vormen van subjectieve willekeur, is één van de factoren die kan aanzetten tot vormen en (blijven) huldigen van misvattingen. Dit komt uitgebreid aan de orde bij spreuk 63 tot en met 81. Vanaf morgen dus.

      Verwijderen
    3. Ik ga vol vreugde de nieuwe orde vanaf morgen volgen en zien wat Goethe van moeders zijde, zei sprak ooit tot de vrienden van Goethe: "Sie lassen mich die Nase nicht putzen".
      Goethe schreef aan Zelter 02-01-1892 over wat hij aan moeders dankt, is de 'Frohnatur' und die Lust zu fabulieren.
      Morgen precies 123 jaar later gaat de 'Frohnatur' weer spreken!

      Verwijderen
    4. Ja die die uitspraak van Goethe over zijn moeder (en hemzelf) is me bekend, Matthijs. Met lust tot fabuleren is niets mis, integendeel. Maar het is wel goed om dit te paren aan krachtige werkelijkheidszin en die huisde in Goethe gelukkig ook. Spreuken 63 tot en met 81 zijn kennisname zeker waard.

      Weer bedankt voor je interessante reactie.

      Verwijderen
  3. Rudolf Steiner over; Das Appelieren an die Kraft der Phantasie in der letzten Jahre der Volksschulzeit.
    ...So kündigt sich in alledem, was Phantasietätigkeit (des Kindes) ist und was von innere Wärme durchzogen ist, alles dasjenige an, was die Seele am Ende der Volksschuljahre vom 12. 13. 14. ind 15. Lebenjahre entwickelt.
    Da tritt ganz besonders alles hervor, was an seelischen Fähigkeiten darauf angewiessen ist, von innerer seelischer Liebe durchströmt zu werden, d.h. also dasjenige, was sich als Phantasiekraft zum Ausdruck bringt...daher wird keiner ein guter Volksschullehrer werden, der nicht sich wiederum bemüht, phantasievoll seinen ganzen Lehrstoff zu gestalten, immer neu und neu seinen Lehrstoff zu gestalten...Die Phantasie muss notwendig fortwährend, lebendig erhalten werden, sonst frieren ihre Produkte verstandesmässig ein".

    Allgemeine Menschenkunde.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Zoals gezegd er kunnen 'positieve' en 'negatieve' vormen van fantasie worden onderscheiden. Zie wat dat aangaat mijn vorige opmerking en vanaf spreuk 63 zal dit expliciet aan de orde komen.

      Verwijderen
  4. Over Goethe's woordenschat.

    Beschränkt man sich überdies bei den Namen auf die literarisch und kulturhistorisch bedeutsamen, so ist damit die Vorgehensweise des Goethe-Wörterbuchs umschrieben, das mit rund 90.000 Wörtern (Lemmata) rechnet…Auch im Vergleich zu bisher bilanzierten Wortschätzen anderer Autoren erscheint Goethes Wortschatz exzeptionell groß: Für Luthers deutsche Schriften sind rund 23.000 Wörter gezählt worden, für Storm (ohne die Briefe) 22.400, für Ibsen 27.000, für Shakespeare 29.000, für Milton 12.500, für Puschkin 21.200, für Cervantes 12.400.

    Die Hauptquelle des Wortreichtums bei Goethe liegt allerdings nicht im eigentlich literarischen Werk, enthalten in Abteilung I der Weimarer Ausgabe (Gedichte, Dramen, Epen, Romane, Autobiograph-isches, Übersetzungen, Bearbeitungen, Schriften zu Kunst und Literatur), sondern in den Abteilungen der Briefe, Tagebücher und naturwissenschaftlichen Schriften sowie in diversen Zusatzeditionen, v.a. der amtlichen Schriften.
    Von den 3 Mio. Wortbelegen im Archiv des Goethe-Wörterbuchs entfallen 1,2 Mio. auf die Werk-Abteilung; das literarische Werk dürfte einen Anteil von rund 40% am Gesamtwortschatz haben.
    Nach einem Gesetz der Textstatistik ist die Zahl der in einem Korpus nur einmal vorkommenden Wörter sehr hoch. Bei Goethe machen solche Einmalwörter fast die Hälfte, die 1-3mal belegten Wörter rund Zweidrittel des Wortschatzes aus.

    Voor Woordkluivers en tevens de geciteerde bron:
    http://www1.uni-hamburg.de/goethe-woerterbuch/goethe_wortschatz.html

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja de woordenschat van Goethe is zeer rijk en bijzonder (zijn wereldbeeld), bovendien ingebed in de Duitse taal, een taal met begrippen van zeer grote omvang, variabel en multi-interpretabel en verbonden met zeer bepaalde (specifieke) inhouden. (Begrip: omvang ↔ inhoud; syllogisme.)

      Verwijderen
  5. Goethe und die dichterische Phantasie. Auteur: Wilhelm Dilthey.
    Twee uit de tekst geselecteerde fragmenten.

    1."Die Phantasie des Dichters, ihr Verhältnis zu dem Stoff der erlebten Wirklichkeit und der Überlieferung, zu dem, was frühere Dichter geschaffen haben, die eigentümlichen Grundgestalten dieser schaffenden Phantasie und der dichterischen Werke, welche aus dieser Beziehung entspringen: das ist der Mittelpunkt aller Literaturgeschichte.
    Und die Erforschung der dichterischen Phantasie ist die naturgemäße Grundlegung des wissenschaft-lichen Studiums der poetischen Literatur und ihrer Geschichte

    Denn jeder Zweig der Wissenschaften von den menschlich-gesellschaftlichen Zuständen erwächst nach seiner eigenen, durch keine Theorie vorher anzugebenden Regel aus der Verknüpfung psychologischer und vergleichend-historischer Einsichten.
    Seine Ergebnisse werden um so brauchbarer sein, je reiner die psychologischen Einsichten die Aufeinanderfolge der wirklichen wenn auch verwickelten psychischen Tatsachen ausdrücken.

    Drei Reihen von Vorgängen greifen in seiner Entwicklung – J.W. Goethe - ineinander.
    Er mußte seine ungestüme Subjektivität bändigen durch Resignation und Erhebung zu gegenständ-lichem Auffassen.
    Er mußte dann, indem er sich der objektiven Naturerkenntnis zuwandte, seine phantasiemäßige Auffassung derselben gegenüber der mechanischen Naturwissenschaft behaupten, und man ermißt die Größe seiner Phantasiebegabung erst ganz, indem man erwägt, wie der Anschauung einer poetischen Welt in Shakespeare und Cervantes das ganze Zeitalter entgegenkam, wie dagegen Goethe sie im Widerstreit gegen seine Umgebung zu verteidigen genötigt war".

    2."In dieser Weise wirken in Goethe die Vertiefung in das eigene Innere und eine mächtige Begabung für Phantasiebilder zusammen. In jedem seiner Werke macht diese Verbindung sich geltend, und sie bedingt den Gang seiner künstlerischen Entwicklung.
    Betrachtet man ihn nun aber im Zusammenhang der neueren europäischen Literatur, vergleicht man ihn mit den größten Dichtern derselben und verfolgt man die Wirkungen, die von ihm ausgegangen sind: so beruht doch seine unvergleichliche Größe auf seiner Vertiefung in das eigene Innere, auf der Selbstmacht desselben, die allem Äußeren überlegen ist, auf seiner unablässigen Arbeit an der Ausbildung seiner Persönlichkeit.
    Er ist der größte Lyriker aller Zeiten.
    Sein Faust, der eben aus dieser Richtung entsprang, macht ihn auch in dem Gebiet der darstellenden Dichtung Shakespeare und Cervantes ebenbürtig. Die ganze Struktur seines dichterischen Geistes kann nur verstanden werden, wenn man von diesem unterscheidenden Grundzug seines Wesens ausgeht".

    Bron: https://www.uni-due.de/lyriktheorie/texte/1906_dilthey.html
    Universiteit Duisburg/Essen, bij de bovenstaande is de originele complete uitgave te vinden.
    Twee latere uitgaven met enkele correctie’s van W. Dilthey staan in PDF-bestand.

    Auteur: Wilhelm Dilthey. 19-11-1833 in Wiesbaden-Biebrich; † 01-11- 1911
    Maxime: Wir müssen heute von der Realität des Lebens ausgehen; im Leben ist die Totalität des seelischen Zusammenhangs wirksam.
    Maxime: Die Arbeit selbst, die in der Werkstatt der Geisteswissenschaft verrichtet wird, soll zur Besinnung erhoben werden.
    Maxime: Der deutsche Idealismus habe mit Fichte, Schelling und Hegel den letzten großartigen Versuch des menschlichen Geistes dargestellt, sich jedoch als nicht haltbar erwiesen

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Welcher Unsterblichen
    Soll der höchste Preis sein?
    Mit niemand streit' Ich,
    Aber Ich geb' ihn
    Der ewig beweglichen
    Immer neuen.
    Seltsamen Tochter Iovis*,
    Seinem Schosskinde,
    Der Phantasie.


    J.W.Goethe.
    *Jupiter

    BeantwoordenVerwijderen
  7. John de allerbeste wensen voor het nieuwe jaar,ditzelfde natuurlijk ook voor mijn lees-, luister- en kijkgenoten. Jen Dieng.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank je wel Jen! Dat wens ik jou en de anderen natuurlijk ook toe.

      Verwijderen

Overzicht van alle blogberichten op Sprüche in Prosa

2015

Spreuk 158 – Levende eenheid – 14 mei 2015

Spreuk 157 – Heuristiek – 12 mei 2015

Spreuk 156 – Illusoire inkapseling – 7 mei 2015

Spreuk 155 – Verstommen – 4 mei 2015

Spreuk 154 – Skelet en eeuwige rede – 2 mei 2015

Spreuk 153 – Geognosie en verbeeldingskracht - 30 april 2015

Spreuk 152 – Creatief omwerken – 28 april 2015

Spreuk 151 – Onderscheiden van rede en verstand – 25 april 2015

Spreuk 150 – Algemene oorzaken – 18 april 2015

Spreuk 149 – Eenvoud – 16 april 2015

Spreuk 148 – Ondeelbaar fenomeen – 15 april 2015

Spreuk 147 – Geschiedkundige methode – 13 april 2015

Spreuk 146 – Mechaniseren – 12 april 2015

Spreuk 145 – Tezamen gedacht – 11 april 2015

Spreuk 144 – Symptoom en kwaal – 9 april 2015

Spreuk 143 – Werking en oorzaak – 8 april 2015

Spreuk 142 – Nadelen bij vragen over oorzakelijkheid – 6 april 2015

Spreuk 141 – Causaliteitsdenken – 5 april 2015

Spreuk 140 - Nabijgelegen fenomenen en hardleersheid – 4 april 2015

Spreuk 139 – Fenomenen gewaarworden – 3 april 2015

Spreuk 138 – Mensheidsformaat of kleingeestigheid – 2 april 2015

Spreuk 137 – Oerfenomenen en angst – 31 maart 2015

Spreuk 136 – Karakteristieke oerfenomenen – 30 maart 2015

Spreuk 135 – Kernvraagstukken – 29 maart 2015

Spreuk 134 – Oorspronkelijke condities – 28 maart 2015

Spreuk 133 – Voortgang onderzoek – 23 maart 2015

Spreuk 132 – Elementaire ervaringen – 22 maart 2015

Spreuk 131 – Beroep doen op metafysica – 21 maart 2015

Spreuk 130 – Metafysica van de verschijnselen – 20 maart 2015

Spreuk 129 – Bestaan – 19 maart 2015

Spreuk 128 – Betrekkelijk en toch absoluut – 18 maart 2015

Spreuk 127 – De natuur en het bijzondere en het algemene – 17 maart 2015

Spreuk 126 – Ware symboliek – 16 maart 2015

Spreuk 125 – Bijzonder algemeen – 15 maart 2015

Spreuk 124 – Geldige algemeenheid – 14 maart 2015

Spreuk 123 – Trefzeker – 13 maart 2015

Spreuk 122 – Operationeel waarheidsgevoel – 12 maart 2015

Spreuk 121 – Waarde van fenomenen – 11 maart 215

Spreuk 120 – Experiment – 10 maart 2015

Spreuk 119 – Uitvindingen en ontdekkingen – 9 maart 2015

Spreuk 118 – Principe van de kleurschakering – 8 maart 2015

Spreuk 117 – Werkende beginselen – 25 februari 2015

Spreuk 116 – Deelverklaring – 24 februari 2015

Spreuk 115 – Van weten naar wetenschap – 23 februari 2015

Spreuk 114 – Groeiende twijfel – 22 februari 2015

Spreuk 113 – Waarachtig en leugenachtig – 21 februari 2015

Spreuk 112 – Wetenschappelijke zekerheid – 20 februari 2015

Spreuk 111 – Spinozisme versus machiavellisme – 19 februari 2015

Spreuk 110 – Enthousiast overdenken – 18 februari 2015

Spreuk 109 – Consequenties – 17 februari 2015

Spreuk 108 – Praktijk en mensenverstand – 16 februari 2015

Spreuk 107 – Filosofie en mensenverstand – 15 februari 2015

Spreuk 106 – Kritiek van het mensenverstand – 14 februari 2015

Spreuk 105 – Algemeen verstand – 13 februari 2015

Spreuk 104 – Genius – 12 februari 2015

Spreuk 103 – Markant – 11 februari 2015

Spreuk 102 – Onderscheid en verstand – 10 februari 2015

Spreuk 101 – Uit elkaar houden en invoegen – 9 februari 2015

Spreuk 100 – Poëzie van het genie – 8 februari 2015

Spreuk 99 – Uiterlijk en innerlijk – 7 februari 2015

Spreuk 98 – Gewoon bekijken en zuiver aanschouwen – 6 februari 2015

Spreuk 97 – Zuiver opvatten en recht doen – 5 februari 2015

Spreuk 96 – Vruchtbare beschouwingswijze – 4 februari 2015

Spreuk 95 – Geen mythologie en legenden in de wetenschap – 3 februari 2015

Spreuk 94 – Twee klippen – 2 februari 2015

Spreuk 93 – Niet op slot gooien – 1 februari 2015

Spreuk 92 – Analogie met goed gezelschap – 31 januari 2015

Spreuk 91 – Inductie – 30 januari 2015

Spreuk 90 – Voortschrijden – 29 januari 2015

Spreuk 89 – Axioma enthymeem – 28 januari 2015

Spreuk 88 – Ongeluk – 27 januari 2015

Spreuk 87 – Herleiden en relateren – 26 januari 2015

Spreuk 86 – Eenvoud – 25 januari 2015

Spreuk 85 – Strategie – 24 januari 2015

Spreuk 84 – Probleem onderkennen – 23 januari 2015

Spreuk 83 – Miniaturen – 22 januari 2015

Spreuk 82 – Leemten – 21 januari 2015

Spreuk 81 – Afstemmen – 20 januari 2015

Spreuk 80 – Zekere koers met open blik – 19 januari 2015

Spreuk 79 – Bekopen en losraken – 18 januari 2015

Spreuk 78 – Feedback – 17 januari 2015

Spreuk 77 – Diepgang – 16 januari 2015

Spreuk 76 – Gelijke bron – 15 januari 2015

Spreuk 75 – Speelruimte voor vergissingen – 14 januari 2015

Spreuk 74 – Onwillig mopperen – 13 januari 2015

Spreuk 73 – Direct benutten – 12 januari 2015

Spreuk 72 – Voortreffelijkheid – 11 januari 2015

Spreuk 71 – Ware wijsheid – 10 januari 2015

Spreuk 70 – Wakker ontwaken – 9 januari 2015

Spreuk 69 – Achterhalen – 8 januari 2015

Spreuk 68 – Bestendigen – 7 januari 2015

Spreuk 67 – Aanmatiging matigen – 6 januari 2015

Spreuk 66 – Geholpen worden of verward raken – 5 januari 2015

Spreuk 65 – Binnensluipen en afweren – 4 januari 2015

Spreuk 64 – Onjuiste voorstelling van zaken – 3 januari 2015

Spreuk 63 – Vasthouden of loslaten – 2 januari 2015

Spreuk 62 – Goede voornemens – 1 januari 2015

2014

Spreuk 61 – Geen idee – 31 december 2014

Spreuk 60 - Realiteitszin, aannamen en hersenschimmen – 30 december 2014

Spreuk 59 – Guitig opgestelde hypothesen – 29 december 2014

Spreuk 58 – Rijzende problemen – 28 december 2014

Spreuk 57 – Hypothesen als loopplanken – 27 december 2014

Spreuk 56 – Wirwar – 26 december 2014

Spreuk 55 - Vitterige waarnemers en grillige theoretici – 25 december 2014

Spreuk 54 – Abstraheren en concretiseren – 24 december 2014

Spreuk 53 – Nut van theorieën – 23 december 2014

Spreuk 52 – Nietszeggende gemiddelden – 22 december 2014

Spreuk 51 – Zuivere ervaring – 21 december 2014

Spreuk 50 – Productieve kracht laten gelden – 20 december 2014

Spreuk 49 – Onverloochenbaar – 19 december 2014

Spreuk 48 – Eigenheid – 18 december 2014

Spreuk 47 – Januskop – 17 december 2014

Spreuk 46 – Dialectiek – 16 december 2014

Spreuk 45 – Terminologie in verhouding tot fenomenen – 15 december 2014

Spreuk 44 – In het oog vatten en doordenken – 14 december 2014

Spreuk 43 – Taalworstelingen – 13 december 2014

Spreuk 42 – Bemoeienis – 12 december 2014

Spreuk 41 – Zelfeducatie en ondersteuning – 11 december 2014

Spreuk 40 – Transparantie – 10 december 2014

Spreuk 39 – Maximes helder bezien – 9 december 2014

Spreuk 38 – Omstreden raken – 8 december 2014

Spreuk 37 – Zwart op wit – 7 december 2014

Spreuk 36 - Gehoorbereik – 6 december 2014

Spreuk 35 – Onbegrip 5 december 2014

Spreuk 34 – Vermeend weerleggen – 4 december 2014

Spreuk 33 – Gezindheden – 3 december 2014

Spreuk 32 – Leer van Newton – 2 december 2014

Spreuk 31 – Onenigheid en problemen – 1 december 2014

Spreuk 30 – Gekante meningen – 30 november 2014

Spreuk 29 – Probleemstelling en twistappels – 29 november 2014

Spreuk 28 – Stokken en stilstaan – 28 november 2014

Spreuk 27 – Verstaanbaarheid – 27 november 2014

Spreuk 26 – Inlevingsvermogen – 26 november 2014

Spreuk 25 – Glad ijs – 25 november 2014

Spreuk 24 – Vrije val en botsing – 24 november 2014

Spreuk 23 – Antropomorfisme inherent aan menselijke natuur – 23 november 2014

Spreuk 22 – Wie of wat spreekt zich uit? – 22 november 2014

Spreuk 21 – Gelijke onderkent gelijke – 21 november 2014

Spreuk 20 – Uitgangspunt bij menselijke waarheden – 20 november 2014

Spreuk 19 – Menselijke voorstellingswijze en menselijke waarheid – 19 november 2014

Spreuk 18 – Ja en nee uit de mond van de natuur – 18 november 2014

Spreuk 17 – Verstand en hulpmiddelen – 17 november 2014

Spreuk 16 – Vrije focus – 16 november 2014

Spreuk 15 – Het onbeschrijfbare beschrijven – 15 november 2014

Spreuk 14 – Berekening en experiment – 14 november 2014

Spreuk 13 – Mens en moderne fysica – 13 november 2014

Spreuk 12 – Tolk van het verstand – 12 november 2014

Spreuk 11 – Zintuiglijke ervaringen en geestelijke vermogens – 11 november 2014

Spreuk 10 – Perspectivische wetten – 10 november 2014

Spreuk 9 – Blikrichting en corresponderende hoek – 9 november 2014

Spreuk 8 – Verschilzicht en positieverandering – 8 november 2014

Spreuk 7 – Gezichtsvermogen – 7 november 2014

Spreuk 6 – Vergelijken – 6 november 2014

Spreuk 5 – Aan- en indachtigheid – 5 november 2014

Spreuk 4 – Bedrieglijk oordeel – 4 november 2014

Spreuk 3 – Betrouwbare zintuigen – 3 november 2014

Spreuk 2 – Menselijke wijsheid – 2 november 2014

Spreuk 1 - Kenverhoudingen - 1 november 2014

Inleiding en verantwoording van Rudolf Steiner – 1 november 2014

Introductie en verantwoording – 1 november 2014