zaterdag 13 december 2014

Taalworstelingen

Johann Wolfgang von Goethe                                                              Spreuk 43
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Over de belangrijkste kwesties van het gevoel evenals het verstand, de ervaring evenals van het nadenken, moet men slechts mondeling overleggen. Het gesproken woord is meteen dood, wanneer het niet door opmerkzaam volgen van de luisteraar in overeenstemming met het leven vernomen wordt. Let men enkel op een gezellig gesprek! Bereikt het woord niet reeds dood de toehoorder, dan vermoordt hij het dadelijk door tegenspraak, vaststellen, bedingen, afleiden, afhaken, en hoe de duizendvoudige ondeugden van het converseren ook heten mogen. Met het geschrevene is het nog erger gesteld. Niemand mag iets anders lezen als dat, waaraan hij reeds enigermate gewend is; het bekende, het gewende verkrijgt hij in een veranderde vorm. Toch heeft het geschrevene het voordeel, dat het duurzaam is en de tijd kan afwachten, waar het gegund is werkzaam te zijn.


Über die wichtigsten Angelegenheiten des Gefühls wie der Vernunft, der Erfahrung wie des Nachdenkens, soll man nur mündlich verhandeln. Das ausgesprochene Wort ist sogleich tot, wenn es nicht durch ein folgendes dem Hörer gemäßes am Leben erhalten wird. Man merke nur auf ein geselliges Gespräch! Gelangt das Wort nicht schon tot zu dem Hörer, so ermordet er es alsogleich durch Widerspruch, Bestimmen, Bedingen, Ablenken, Abspringen, und wie die tausendfältigen Unarten des Unterhaltens auch heißen mögen. Mit dem Geschriebenen ist es noch schlimmer. Niemand mag lesen als das, woran er schon einigermaßen gewöhnt ist; das Bekannte, das Gewohnte verlangt er unter veränderter Form. Doch hat das Geschriebene den Vorteil, daß es dauert und die Zeit abwarten kann, wo ihm zu wirken gegönnt ist.



 Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                    bij spreuk 27 tot en met 45



De door mensen verworven waarheden zijn in hun fijnere vertakkingen en in de gevoelsnuances, waarmee ze worden begeleid, zo intiem en individueel, dat ze naar hun volle inhoud, door een tweede niet totaal begrepen kunnen worden. Men kan eigenlijk alleen zichzelf echt begrijpen. In een discussie sluiten de voorstellingen die twee mensen met één en hetzelfde woord verbinden nooit naadloos bij elkaar aan.


Die von dem Menschen gewonnenen Wahrheiten sind in ihren feineren Verzweigungen und in den Gefühlsnuancen, von denen sie be gleitet werden, so intim und individuell, daß sie, ihrem vollen Gehalte nach, von einem zweiten nicht restlos erfaßt werden können. Man kann eigentlich immer nur sich selbst richtig verstehen. In der Diskussion dekken sich niemals genau die Vorstellungen, die zwei Menschen mit einem und demselben Worte verbinden.


Audiovisuele weergave spreuk 43




Muziek
Faust - Charles Gounod

5 opmerkingen:

  1. *'het gevoel evenals het verstand' & 'des Gefühls wie der Vernunft'
    *Uit spreuk 43.
    Verstand en Vernunft worden, door zowel J.W. Goethe als R.Steiner, onderscheidenden.

    "In het eerste geval intellectheeft het betrekking op de onderscheidende activiteit in het tweede gevalrede/geest gaat het om wat het verbindende is ... Deze onderscheidende activiteit is her vermogen van het verstand.
    Hij heeft slechts te scheiden en de begrippen in de scheiding vast te houden ... oorzaak en werking, mechanisme en organisme, vrijheid en noodzaak, idee en werkelijkheid, geest en natuur, en ga zo maar door ".


    "Im ersten Falle (Verstand) handelt es sich um die unterscheidende Tätigkeit, im zweiten (Vernunft) handelt es sich um die verbindende…Diese Unterscheidung ist die Sache des Verstandes. Er hat nur zu trennen und die Begriffe in der Trennung festzuhalten…Ursache und Wirkung, Mechanismus und Organismus, Freiheit und Notwendigkeit, Idee und Wirklichkeit, Geist und Natur und so weiter".Grundlinien einer Erkenntnistheorie der Goetheschen Weltanschauung. 6e Auflage 1960.
    Die Wissenschaft 12. Verstand und Vernunft. S. 68 u.s.w.

    "Met betrekking tot de praktijk is het onverbiddelijke verstand vernuft, omdat de geest het hoogste is, ten aanzien van het verstand namelijk, om het verstand onverbiddelijk te maken."

    "In Rücksicht aufs Praktische ist der unerbittliche Verstand Vernunft, weil der Vernunft Höchstes ist, vis-à-vis des Verstandes nämlich, der Verstand unerbittlich zu machen."
    Maximen und Reflexionen 922

    Goethe drukt dit uit met de woorden: "Begrip is de som, Idee resultaat van de ervaring; om deze gevolgtrekking te kunnen maken wordt het verstand ingezet, om de gevolgtrekking te verstaan wordt vernuft/rede verlangd."
    "Waarom mijn denken het begrip 'Donder' met de 'Bliksem' verbindt, weet ik onmiddellijk uit de inhoud van de beide begrippen.
    Deze transparantie met betrekking tot het denkproces is geheel onafhankelijk van onze kennis van de fysiologische voorwaarden van het denken". Filosofie van de vrijheid.

    Goethe drückt dies mit den Worten aus: Begriff ist Summe, Idee Resultat der Erfahrung; jene zu ziehen, wird Verstand, dieses zu erfassen, Vernunft erfordert. 96 Sprüche in Prosa.
    "Warum mein Denken den Begriff Donner mit dem des Blitzes verbindet, weiss ich unmittelbar aus den Inhalten der beiden Begriffen.
    Diese durchsichtige Klarheit in bezug auf den Denkprozess ist ganz unabhängig von unserer Kenntnis der physiologischen Grundlagen des Denkens".
    Philosophie der Freiheit 44

    Zie ook opmerking spreuk 12; van dit blog.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Je snijdt hier een belangrijk punt aan, Matthijs. Interessant. Dank je wel. Inderdaad vallen Verstand und Vernunft zeker niet volledig gelijk aan elkaar te stellen. En inderdaad hebben Goethe en Steiner hierop gewezen.

      In de tweede voordracht van Steiners voordrachtenreeks Metamorfosen van de ziel, die tweede voordracht draagt de titel: Missie van de waarheid, wordt onderscheid gemaakt en een verband gelegd tussen de actieradius en de kwaliteiten van enerzijds het nadenken, mythologisch: Epimetheus en anderzijds het voordenken, mythologisch: Prometheus. Voorts kan onder andere in dit verband gewezen worden op een AnthroWiki artikel over onderscheid tussen, in het Duits uitgedrukt, (1) Verstand en (2) Vernunft: Vernunft - AnthroWiki. Hieronder de korte tekst van dat artikel:

      Vernunft (AnthroWiki)
      "Als Vernunft (von griech. νοῦς, nous, womit auf das Vernehmen des Geistigen gedeutet wird) wird im philosophischen Sinn die Fähigkeit des menschlichen Geistes bezeichnet, universelle Weltzusammenhänge zu erfassen und ihnen gemäß zu handeln. Die Vernunft ist dem Verstand, der auf die Erkenntnis des Einzelnen gerichtet ist, übergeordnet und soll letzteren so lenken und leiten, dass sich die Ergebnisse seiner Tätigkeit harmonisch in das Weltganze einfügen. Während die Verstandestätigkeit der Verstandes- oder Gemütsseele, von Aristoteles Kinetikon genannt, entspringt, gründet sich die Vernunft auf die auf das Geistige gerichtete Tätigkeit der Bewusstseinsseele. Sie wurde von Aristoteles als Dianoetikon bezeichnet und ist seiner Ansicht nach die einzig wahre Quelle der Ethik, an der sich die moralische Qualität des menschlichen Tuns bemisst."

      Verwijderen
    2. Vergelijkingmateriaal in dezen, het volgende tekstdeel uit Steiners voordrachtenreeks Die okkulten Wahrheiten alter Mythen und Sagen - Griechische und germanische Mythologie - Richard Wagner im Lichte der Geisteswissenschaft (GA 92); 7e voordracht, bladzijde 64; Berlijn, 7 oktober 1904; titel voordracht: Die Prometheus-Sage:

      Rudolf Steiner, GA 92, bladzijde 64:
      "Zunächst übersetzen wir uns einmal die zwei Worte: Prometheus heißt auf deutsch der Vor-Denkende, Epimetheus heißt der Nach-Denkende. Da haben Sie die zwei Tätigkeiten des menschlichen Denkens klar auseinandergelegt: in den nachdenkenden Menschen und in den vordenkenden Menschen. Der nachdenkende Mensch ist derjenige, welcher die Dinge dieser Welt auf sich wirken läßt und dann hinterher denkt. Ein solches Denken ist das kama-manasische Denken. Von einem gewissen Gesichtspunkt aus gesehen heißt Kama-Manas-Denken: zuerst die Welt auf sich wirken lassen und dann hinterher denken. Der Mensch der fünften Wurzelrasse denkt heute noch hauptsächlich wie Epimetheus."

      Verwijderen
  2. *Verstand en Vernuft na de geopende doos van Pandora.

    Op diepe toon viel Goethe in het gesprek. Ik wil jullie eens een totaal andere liederen fluiten.
    Wij zullen echter nog enige ongemakken* onaangeroerd laten, opdat er voor de mensheid iets blijft, waaraan de mens haar krachten verder ontwikkelen kan.
    Mijn belangrijkste advies nu is voorlopig dit: Vader zorgt voor zijn huis, de ambachtsman voor zijn klanten, de geestelijke voor wederzijdse liefde en de politie verstoord de vreugde niet.


    Aus dieſem Tone, fiel Goethe ein, wollte ich Euch noch ganz andere Lieder pfeifen.
    Aber wir wollen noch einige Uebel unangedeutet laſſen, damit der Menſchheit etwas bleibe, woran ſie ihre Kräfte ferner entwickele.
    Meine Hauptlehre aber iſt vorläufig dieſe: Der Vater ſorge für ſein Haus, der Handwerker für ſeine Kunden, der Geiſtliche für gegenſeitige Liebe, und die Polizei ſtöre die Freude nicht.


    Mittwoch, den 20. October 1830.
    Eckermann, Johann Peter: Gespräche mit Goethe in den letzten Jahren seines Lebens. Bd. 3. Leipzig, 1848.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. In Pandora stelt Goethe ons nu niet meer den hemel bestormenden, de Godheid trotseerenden Prometheus voor, maar den man die, al moge hij zich van zijn kracht bewust gebleven zijn, de hemelsche gaven gebruikt om er nut mee te stichten.

    En Pandora zelf, zooals Goethe die zich gedacht heeft, is hier niet Prometheus' dochter en ook niet meer de onheilbrengende; - op de aarde terugkomende zou zij een vat vol rijke gaven over haar uitstorten...

    Groot is het aantal denkers en dichters die hun vernuft gescherpt hebben om Goethe's Pandora te verklaren en te verduidelijken, ook om het in verband te brengen met 's dichters leven.
    Moeten wij Goethe zelf in Prometheus zien, of niet veeleer in Epimetheus - misschien wel in beiden? Hebben wij in de vrouwelijke figuren van het drama Mina Herzlieb of andere door Goethe vereerde vrouwen te zoeken?
    Vooral nu wij van hetgeen het tweede gedeelte, Pandora's terugkomst, zou geworden zijn slechts een mager schema bezitten, korte, voor verschillende uitlegging vatbare aanwijzingen van Goethe's hand, blijft er duisters in.
    Maar Wilhelm Scherer* zeide het reeds:'Die Pandora ist schön' auch für den, der sie nicht zu deuten weiss.' , Eckermann's voorbeeld volgend, zal men door herhaalde lezing de beteekenis van het werk niet alleen in groote trekken, maar ook in tal van bijzonderheden kunnen vatten, en zich verkwikken kunnen aan het tot zijn volle rijpheid gekomen Goethe'sche vers, dat hier van onvergelijkelijke schoonheid is.
    Auteur J.N. van Hall van 1883 tot 1916 redacteur van De Gids.
    Bron: De Gids. Jaargang 73. P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam 1909

    *Grondlegger van de Goethe-Filologie-taalkunde en hielp in half 1885 de Weimarer Ausgabe (Sophien-Ausgabe) der Werke Goethes vorbereiten.
    Zie verder Duitse en/of Engelse Wikipedia1) Von Wilamowitz, Goethe's Pandora.
    Jahrbuch der Goethe-Gesellschaft 1898, p. 14*.Wie over Goethe en het oud-klassieke drama een zeer volledige studie wil raadplegen, verwijs ik naar het ten vorigen jare verschenen werk:
    Goethe et le drame antique, par GeorgesDalmeyda. Paris, Hachette. 1908.

    BeantwoordenVerwijderen

Overzicht van alle blogberichten op Sprüche in Prosa

2015

Spreuk 158 – Levende eenheid – 14 mei 2015

Spreuk 157 – Heuristiek – 12 mei 2015

Spreuk 156 – Illusoire inkapseling – 7 mei 2015

Spreuk 155 – Verstommen – 4 mei 2015

Spreuk 154 – Skelet en eeuwige rede – 2 mei 2015

Spreuk 153 – Geognosie en verbeeldingskracht - 30 april 2015

Spreuk 152 – Creatief omwerken – 28 april 2015

Spreuk 151 – Onderscheiden van rede en verstand – 25 april 2015

Spreuk 150 – Algemene oorzaken – 18 april 2015

Spreuk 149 – Eenvoud – 16 april 2015

Spreuk 148 – Ondeelbaar fenomeen – 15 april 2015

Spreuk 147 – Geschiedkundige methode – 13 april 2015

Spreuk 146 – Mechaniseren – 12 april 2015

Spreuk 145 – Tezamen gedacht – 11 april 2015

Spreuk 144 – Symptoom en kwaal – 9 april 2015

Spreuk 143 – Werking en oorzaak – 8 april 2015

Spreuk 142 – Nadelen bij vragen over oorzakelijkheid – 6 april 2015

Spreuk 141 – Causaliteitsdenken – 5 april 2015

Spreuk 140 - Nabijgelegen fenomenen en hardleersheid – 4 april 2015

Spreuk 139 – Fenomenen gewaarworden – 3 april 2015

Spreuk 138 – Mensheidsformaat of kleingeestigheid – 2 april 2015

Spreuk 137 – Oerfenomenen en angst – 31 maart 2015

Spreuk 136 – Karakteristieke oerfenomenen – 30 maart 2015

Spreuk 135 – Kernvraagstukken – 29 maart 2015

Spreuk 134 – Oorspronkelijke condities – 28 maart 2015

Spreuk 133 – Voortgang onderzoek – 23 maart 2015

Spreuk 132 – Elementaire ervaringen – 22 maart 2015

Spreuk 131 – Beroep doen op metafysica – 21 maart 2015

Spreuk 130 – Metafysica van de verschijnselen – 20 maart 2015

Spreuk 129 – Bestaan – 19 maart 2015

Spreuk 128 – Betrekkelijk en toch absoluut – 18 maart 2015

Spreuk 127 – De natuur en het bijzondere en het algemene – 17 maart 2015

Spreuk 126 – Ware symboliek – 16 maart 2015

Spreuk 125 – Bijzonder algemeen – 15 maart 2015

Spreuk 124 – Geldige algemeenheid – 14 maart 2015

Spreuk 123 – Trefzeker – 13 maart 2015

Spreuk 122 – Operationeel waarheidsgevoel – 12 maart 2015

Spreuk 121 – Waarde van fenomenen – 11 maart 215

Spreuk 120 – Experiment – 10 maart 2015

Spreuk 119 – Uitvindingen en ontdekkingen – 9 maart 2015

Spreuk 118 – Principe van de kleurschakering – 8 maart 2015

Spreuk 117 – Werkende beginselen – 25 februari 2015

Spreuk 116 – Deelverklaring – 24 februari 2015

Spreuk 115 – Van weten naar wetenschap – 23 februari 2015

Spreuk 114 – Groeiende twijfel – 22 februari 2015

Spreuk 113 – Waarachtig en leugenachtig – 21 februari 2015

Spreuk 112 – Wetenschappelijke zekerheid – 20 februari 2015

Spreuk 111 – Spinozisme versus machiavellisme – 19 februari 2015

Spreuk 110 – Enthousiast overdenken – 18 februari 2015

Spreuk 109 – Consequenties – 17 februari 2015

Spreuk 108 – Praktijk en mensenverstand – 16 februari 2015

Spreuk 107 – Filosofie en mensenverstand – 15 februari 2015

Spreuk 106 – Kritiek van het mensenverstand – 14 februari 2015

Spreuk 105 – Algemeen verstand – 13 februari 2015

Spreuk 104 – Genius – 12 februari 2015

Spreuk 103 – Markant – 11 februari 2015

Spreuk 102 – Onderscheid en verstand – 10 februari 2015

Spreuk 101 – Uit elkaar houden en invoegen – 9 februari 2015

Spreuk 100 – Poëzie van het genie – 8 februari 2015

Spreuk 99 – Uiterlijk en innerlijk – 7 februari 2015

Spreuk 98 – Gewoon bekijken en zuiver aanschouwen – 6 februari 2015

Spreuk 97 – Zuiver opvatten en recht doen – 5 februari 2015

Spreuk 96 – Vruchtbare beschouwingswijze – 4 februari 2015

Spreuk 95 – Geen mythologie en legenden in de wetenschap – 3 februari 2015

Spreuk 94 – Twee klippen – 2 februari 2015

Spreuk 93 – Niet op slot gooien – 1 februari 2015

Spreuk 92 – Analogie met goed gezelschap – 31 januari 2015

Spreuk 91 – Inductie – 30 januari 2015

Spreuk 90 – Voortschrijden – 29 januari 2015

Spreuk 89 – Axioma enthymeem – 28 januari 2015

Spreuk 88 – Ongeluk – 27 januari 2015

Spreuk 87 – Herleiden en relateren – 26 januari 2015

Spreuk 86 – Eenvoud – 25 januari 2015

Spreuk 85 – Strategie – 24 januari 2015

Spreuk 84 – Probleem onderkennen – 23 januari 2015

Spreuk 83 – Miniaturen – 22 januari 2015

Spreuk 82 – Leemten – 21 januari 2015

Spreuk 81 – Afstemmen – 20 januari 2015

Spreuk 80 – Zekere koers met open blik – 19 januari 2015

Spreuk 79 – Bekopen en losraken – 18 januari 2015

Spreuk 78 – Feedback – 17 januari 2015

Spreuk 77 – Diepgang – 16 januari 2015

Spreuk 76 – Gelijke bron – 15 januari 2015

Spreuk 75 – Speelruimte voor vergissingen – 14 januari 2015

Spreuk 74 – Onwillig mopperen – 13 januari 2015

Spreuk 73 – Direct benutten – 12 januari 2015

Spreuk 72 – Voortreffelijkheid – 11 januari 2015

Spreuk 71 – Ware wijsheid – 10 januari 2015

Spreuk 70 – Wakker ontwaken – 9 januari 2015

Spreuk 69 – Achterhalen – 8 januari 2015

Spreuk 68 – Bestendigen – 7 januari 2015

Spreuk 67 – Aanmatiging matigen – 6 januari 2015

Spreuk 66 – Geholpen worden of verward raken – 5 januari 2015

Spreuk 65 – Binnensluipen en afweren – 4 januari 2015

Spreuk 64 – Onjuiste voorstelling van zaken – 3 januari 2015

Spreuk 63 – Vasthouden of loslaten – 2 januari 2015

Spreuk 62 – Goede voornemens – 1 januari 2015

2014

Spreuk 61 – Geen idee – 31 december 2014

Spreuk 60 - Realiteitszin, aannamen en hersenschimmen – 30 december 2014

Spreuk 59 – Guitig opgestelde hypothesen – 29 december 2014

Spreuk 58 – Rijzende problemen – 28 december 2014

Spreuk 57 – Hypothesen als loopplanken – 27 december 2014

Spreuk 56 – Wirwar – 26 december 2014

Spreuk 55 - Vitterige waarnemers en grillige theoretici – 25 december 2014

Spreuk 54 – Abstraheren en concretiseren – 24 december 2014

Spreuk 53 – Nut van theorieën – 23 december 2014

Spreuk 52 – Nietszeggende gemiddelden – 22 december 2014

Spreuk 51 – Zuivere ervaring – 21 december 2014

Spreuk 50 – Productieve kracht laten gelden – 20 december 2014

Spreuk 49 – Onverloochenbaar – 19 december 2014

Spreuk 48 – Eigenheid – 18 december 2014

Spreuk 47 – Januskop – 17 december 2014

Spreuk 46 – Dialectiek – 16 december 2014

Spreuk 45 – Terminologie in verhouding tot fenomenen – 15 december 2014

Spreuk 44 – In het oog vatten en doordenken – 14 december 2014

Spreuk 43 – Taalworstelingen – 13 december 2014

Spreuk 42 – Bemoeienis – 12 december 2014

Spreuk 41 – Zelfeducatie en ondersteuning – 11 december 2014

Spreuk 40 – Transparantie – 10 december 2014

Spreuk 39 – Maximes helder bezien – 9 december 2014

Spreuk 38 – Omstreden raken – 8 december 2014

Spreuk 37 – Zwart op wit – 7 december 2014

Spreuk 36 - Gehoorbereik – 6 december 2014

Spreuk 35 – Onbegrip 5 december 2014

Spreuk 34 – Vermeend weerleggen – 4 december 2014

Spreuk 33 – Gezindheden – 3 december 2014

Spreuk 32 – Leer van Newton – 2 december 2014

Spreuk 31 – Onenigheid en problemen – 1 december 2014

Spreuk 30 – Gekante meningen – 30 november 2014

Spreuk 29 – Probleemstelling en twistappels – 29 november 2014

Spreuk 28 – Stokken en stilstaan – 28 november 2014

Spreuk 27 – Verstaanbaarheid – 27 november 2014

Spreuk 26 – Inlevingsvermogen – 26 november 2014

Spreuk 25 – Glad ijs – 25 november 2014

Spreuk 24 – Vrije val en botsing – 24 november 2014

Spreuk 23 – Antropomorfisme inherent aan menselijke natuur – 23 november 2014

Spreuk 22 – Wie of wat spreekt zich uit? – 22 november 2014

Spreuk 21 – Gelijke onderkent gelijke – 21 november 2014

Spreuk 20 – Uitgangspunt bij menselijke waarheden – 20 november 2014

Spreuk 19 – Menselijke voorstellingswijze en menselijke waarheid – 19 november 2014

Spreuk 18 – Ja en nee uit de mond van de natuur – 18 november 2014

Spreuk 17 – Verstand en hulpmiddelen – 17 november 2014

Spreuk 16 – Vrije focus – 16 november 2014

Spreuk 15 – Het onbeschrijfbare beschrijven – 15 november 2014

Spreuk 14 – Berekening en experiment – 14 november 2014

Spreuk 13 – Mens en moderne fysica – 13 november 2014

Spreuk 12 – Tolk van het verstand – 12 november 2014

Spreuk 11 – Zintuiglijke ervaringen en geestelijke vermogens – 11 november 2014

Spreuk 10 – Perspectivische wetten – 10 november 2014

Spreuk 9 – Blikrichting en corresponderende hoek – 9 november 2014

Spreuk 8 – Verschilzicht en positieverandering – 8 november 2014

Spreuk 7 – Gezichtsvermogen – 7 november 2014

Spreuk 6 – Vergelijken – 6 november 2014

Spreuk 5 – Aan- en indachtigheid – 5 november 2014

Spreuk 4 – Bedrieglijk oordeel – 4 november 2014

Spreuk 3 – Betrouwbare zintuigen – 3 november 2014

Spreuk 2 – Menselijke wijsheid – 2 november 2014

Spreuk 1 - Kenverhoudingen - 1 november 2014

Inleiding en verantwoording van Rudolf Steiner – 1 november 2014

Introductie en verantwoording – 1 november 2014