woensdag 12 november 2014

Tolk van het verstand

Johann Wolfgang von Goethe                                                             Spreuk 12
                                                                    Uit hoofdstuk 1: Het onderscheiden


Anaxagoras doceert dat alle dieren een actief verstand hebben, maar niet een ondervindende, die als het ware de tolk van het verstand is.


Anaxagoras lehrt, daß alle Tiere die tätige Vernunft haben, aber nicht die leidende, die gleichsam der Dolmetscher des Verstandes ist.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                           bij spreuken 11 en 12


Het dier neemt passief op wat de zintuigen hem bieden. De mens duidt de zintuiglijke verschijnselen en komt om die reden, boven de enkele waarneming uit, tot een verstandige opvatting omtrent de wereld. De geestelijke vermogens hebben om die reden hun uitwerking op de zintuiglijke ervaring en voeren deze tot het begrijpen van de wereld.


Das Tier nimmt passiv auf, was ihm die Sinne darbieten. Der Mensch deutet die Sinne-serscheinungen und geht dadurch, über die bloße Beobachtung, zu einer vernunftgemäßen Auf-fassung der Welt hinaus. Die Geisteskräfte wirken dadurch auf die Sinneserfahrung zurück und erziehen diese zur Erfassung der Welt.


Audiovisuele weergave spreuk 12




Muziek
Der König in Thule - Robert Schumann
Gedicht
Der König in Thule - Johann Wolfgang von Goethe

2 opmerkingen:

  1. Goethe: 'Anaxagoras doceert dat alle dieren een actief verstand hebben, maar niet een ondervindende, die als het ware de tolk van het verstand is.'
    Steiner: 'Het dier neemt passief op wat de zintuigen hem bieden. De mens duidt de zintuiglijke verschijnselen en komt om die reden, boven de enkele waarneming uit, tot een verstandige opvatting omtrent de wereld. De geestelijke vermogens hebben om die reden hun uitwerking op de zintuiglijke ervaring en voeren deze tot het begrijpen van de wereld.'

    Ik vind het prettig om op deze uitspraak van Goethe en het commentaar van Steiner mijn eigen gedachten te plaatsen.Ik heb het idee dat we vanuit het Minerale Rijk de 'bindende kracht' in ons hebben opgenomen, vanuit het Plantenrijk de 'groeikracht' en vanuit het Dierenrijk de 'bewegende kracht'. Het Mensenrijk voegt daar krachten als 'rationele intelligentie', 'zelfbewustijn' en mogelijk (in een bepaald stadium van zijn ontwikkeling) 'hoger bewustzijn' aan toe. Willen we ons zelf begrijpen dan is het dus goed om ons uiteen te zetten met al deze Rijken die ons staven ... dus ook met het Dierenrijk. Steiner zegt: 'Het hele dierenrijk is een uitgebreide mens; de mens is een samenstelling van het dierenrijk'. Het dierenrijk kan ons dus informatie geven over onszelf. We hebben als mens de mogelijkheid gekregen om dieren, die in onze belevingswereld komen, te duiden. Hierdoor gaat het dier meer tot ons spreken en worden we ons bewust van het beeld dat hij in ons innerlijk oproept. Wanneer dit meer en meer lukt vanuit de Geest van ons hart (het hoger bewustzijn), zal ons astrale bewustzijn 'rijker' worden, ons Zicht zal groter en lichter worden. *Met grote dank aan de Natuurrijken die ons hierbij hielpen*. Deze ontwikkelingsweg wordt binnen vrijescholen zichtbaar gemaakt in de Adventstijd. Op de eerste Adventszondag wordt een Mineraal op de adventstafel gelegd; op de tweede adventszondag een Plantje; op de derde adventszondag een afbeelding van een Dier en op de vierde adventszondag de afbeelding van een Mens. Alle Natuurrijken verenigd op de adventstafel. Het Kind dat dan in de nacht van het jaar tot ons komt wil onze harten openen en ons helpen bij dit ontwikkelingsproces. (Citaat Steiner uit het boek 'Gezondmakend onderwijs blz. 217)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. "Das Denken ist der Dolmetsch, welcher die Gebärden der Erfahrung in die Sprache der Vernunft übersetzt".
    Den lieben Rietmanns herzlichst am 21. November 1909 Dr. Rudolf Steiner

    Thema: de wetenschap 12. Verstand und Vernunft.
    Bron: Grundlinien einer Erkenntnistheorie der Goetheschen Weltanschauung mit besonderer Rücksicht auf Schiller GA 02.

    Zitat: "Unser Denken hat eine zweifache Aufgabe zu vollbringen: erstens, Begriffe mit scharf umrissenen Konturen zu schaffen; zweitens, die so geschaffenen Einzelbegriffe zu einem einheitlichen Ganzen zusammenzufassen.
    Im ersten Falle handelt es sich um die unterscheidende Tätigkeit, im zweiten um die verbindende.
    Diese beiden geistigen Tendenzen erfreuen sich in den Wissenschaften keineswegs der gleichen
    Pflege.
    Der Scharfsinn, der bis zu den geringsten Kleinigkeiten in seinen Unterscheidungen herabgeht, ist einer bedeutend größeren Zahl von Menschen gegeben als die zusammenfassende Kraft des Denkens, die in die Tiefe der Wesen dringt .
    Diese Unterscheidung ist die Sache des Verstandes. Er hat nur zu trennen und die Begriffe in der Trennung festzuhalten.
    Er ist eine notwendige Vorstufe jeder höheren Wissenschaftlichkeit.
    Vor allem bedarf es ja festbestimmter, klar umrissener Begriffe, ehe wir nach einer Harmonie derselben suchen können. Aber wir dürfen bei der Trennung nicht stehen bleiben.
    Für den Verstand sind Dinge getrennt, die in einer harmonischen Einheit zu sehen, ein wesentliches Bedürfnis der Menschheit ist."

    Zitat: "Für den Verstand sind getrennt: Ursache und Wirkung, Mechanismus und Organismus, Freiheit und Notwendigkeit, Idee und Wirklichkeit, Geist und Natur usw. usw. Alle diese Unterscheidungen sind durch den Verstand herbeigeführt.
    Sie müssen herbeigeführt werden, weil uns sonst die Welt als ein verschwommenes, dunkles Chaos erschiene, das nur deshalb eine Einheit bildete, weil es für uns völlig unbestimmt wäre.
    Dieses Hinauskommen ist Sache der Vernunft.
    Der Verstand selbst ist nicht in der Lage über diese Trennung hinauszukommen. Er hält die getrennten Glieder fest.
    Dieses Hinauskommen ist Sache der Vernunft. Sie hat die vom Verstande geschaffenen Begriffe ineinander über gehen zu lassen. Sie hat zu zeigen, daß das, was der Verstand in strenger Trennung festhält, eigentlich eine innerliche Einheit ist.
    Die Trennung ist etwas künstlich Herbeigeführtes, ein notwendiger Durchgangspunkt für unser Erkennen, nicht dessen Abschluß.
    Wer die Wirklichkeit bloß verstandesmäßig erfaßt, entfernt sich von ihr.
    Er setzt an ihre Stelle, da sie in Wahrheit eine Einheit ist, eine künstliche Vielheit,eine Mannigfaltigkeit, die mit dem Wesen der Wirklichkeit nichts zu tun hat".

    Zitat: "Tritt an solche Menschen die Verstandesansicht der Welt heran, so weisen sie mit Verachtung die unendliche Vielheit zurück und halten sich an die Einheit, die sie wohl nicht erkennen, aber mehr oder minder lebhaft empfinden.
    Sie sehen sehr wohl, daß der Verstand sich von der Natur entfernt, daß er das geistige Band aus dem Auge verliert, das die Teile der Wirklichkeit verbindet.
    Die Vernunft führt wieder zur Wirklichkeit zurück. Die Einheitlichkeit alles Seins, die früher gefühlt oder gar nur dunkel geahnt wurde, wird von der Vernunft vollkommen durchschaut.
    Die Verstandesansicht muß durch die Vernunftansicht vertieft werden.
    In bovenstaande vertaalde tekst staat; actief verstand en verstand oorsprongkelijk tätige Vernunft en Verstand.

    BeantwoordenVerwijderen

Overzicht van alle blogberichten op Sprüche in Prosa

2015

Spreuk 158 – Levende eenheid – 14 mei 2015

Spreuk 157 – Heuristiek – 12 mei 2015

Spreuk 156 – Illusoire inkapseling – 7 mei 2015

Spreuk 155 – Verstommen – 4 mei 2015

Spreuk 154 – Skelet en eeuwige rede – 2 mei 2015

Spreuk 153 – Geognosie en verbeeldingskracht - 30 april 2015

Spreuk 152 – Creatief omwerken – 28 april 2015

Spreuk 151 – Onderscheiden van rede en verstand – 25 april 2015

Spreuk 150 – Algemene oorzaken – 18 april 2015

Spreuk 149 – Eenvoud – 16 april 2015

Spreuk 148 – Ondeelbaar fenomeen – 15 april 2015

Spreuk 147 – Geschiedkundige methode – 13 april 2015

Spreuk 146 – Mechaniseren – 12 april 2015

Spreuk 145 – Tezamen gedacht – 11 april 2015

Spreuk 144 – Symptoom en kwaal – 9 april 2015

Spreuk 143 – Werking en oorzaak – 8 april 2015

Spreuk 142 – Nadelen bij vragen over oorzakelijkheid – 6 april 2015

Spreuk 141 – Causaliteitsdenken – 5 april 2015

Spreuk 140 - Nabijgelegen fenomenen en hardleersheid – 4 april 2015

Spreuk 139 – Fenomenen gewaarworden – 3 april 2015

Spreuk 138 – Mensheidsformaat of kleingeestigheid – 2 april 2015

Spreuk 137 – Oerfenomenen en angst – 31 maart 2015

Spreuk 136 – Karakteristieke oerfenomenen – 30 maart 2015

Spreuk 135 – Kernvraagstukken – 29 maart 2015

Spreuk 134 – Oorspronkelijke condities – 28 maart 2015

Spreuk 133 – Voortgang onderzoek – 23 maart 2015

Spreuk 132 – Elementaire ervaringen – 22 maart 2015

Spreuk 131 – Beroep doen op metafysica – 21 maart 2015

Spreuk 130 – Metafysica van de verschijnselen – 20 maart 2015

Spreuk 129 – Bestaan – 19 maart 2015

Spreuk 128 – Betrekkelijk en toch absoluut – 18 maart 2015

Spreuk 127 – De natuur en het bijzondere en het algemene – 17 maart 2015

Spreuk 126 – Ware symboliek – 16 maart 2015

Spreuk 125 – Bijzonder algemeen – 15 maart 2015

Spreuk 124 – Geldige algemeenheid – 14 maart 2015

Spreuk 123 – Trefzeker – 13 maart 2015

Spreuk 122 – Operationeel waarheidsgevoel – 12 maart 2015

Spreuk 121 – Waarde van fenomenen – 11 maart 215

Spreuk 120 – Experiment – 10 maart 2015

Spreuk 119 – Uitvindingen en ontdekkingen – 9 maart 2015

Spreuk 118 – Principe van de kleurschakering – 8 maart 2015

Spreuk 117 – Werkende beginselen – 25 februari 2015

Spreuk 116 – Deelverklaring – 24 februari 2015

Spreuk 115 – Van weten naar wetenschap – 23 februari 2015

Spreuk 114 – Groeiende twijfel – 22 februari 2015

Spreuk 113 – Waarachtig en leugenachtig – 21 februari 2015

Spreuk 112 – Wetenschappelijke zekerheid – 20 februari 2015

Spreuk 111 – Spinozisme versus machiavellisme – 19 februari 2015

Spreuk 110 – Enthousiast overdenken – 18 februari 2015

Spreuk 109 – Consequenties – 17 februari 2015

Spreuk 108 – Praktijk en mensenverstand – 16 februari 2015

Spreuk 107 – Filosofie en mensenverstand – 15 februari 2015

Spreuk 106 – Kritiek van het mensenverstand – 14 februari 2015

Spreuk 105 – Algemeen verstand – 13 februari 2015

Spreuk 104 – Genius – 12 februari 2015

Spreuk 103 – Markant – 11 februari 2015

Spreuk 102 – Onderscheid en verstand – 10 februari 2015

Spreuk 101 – Uit elkaar houden en invoegen – 9 februari 2015

Spreuk 100 – Poëzie van het genie – 8 februari 2015

Spreuk 99 – Uiterlijk en innerlijk – 7 februari 2015

Spreuk 98 – Gewoon bekijken en zuiver aanschouwen – 6 februari 2015

Spreuk 97 – Zuiver opvatten en recht doen – 5 februari 2015

Spreuk 96 – Vruchtbare beschouwingswijze – 4 februari 2015

Spreuk 95 – Geen mythologie en legenden in de wetenschap – 3 februari 2015

Spreuk 94 – Twee klippen – 2 februari 2015

Spreuk 93 – Niet op slot gooien – 1 februari 2015

Spreuk 92 – Analogie met goed gezelschap – 31 januari 2015

Spreuk 91 – Inductie – 30 januari 2015

Spreuk 90 – Voortschrijden – 29 januari 2015

Spreuk 89 – Axioma enthymeem – 28 januari 2015

Spreuk 88 – Ongeluk – 27 januari 2015

Spreuk 87 – Herleiden en relateren – 26 januari 2015

Spreuk 86 – Eenvoud – 25 januari 2015

Spreuk 85 – Strategie – 24 januari 2015

Spreuk 84 – Probleem onderkennen – 23 januari 2015

Spreuk 83 – Miniaturen – 22 januari 2015

Spreuk 82 – Leemten – 21 januari 2015

Spreuk 81 – Afstemmen – 20 januari 2015

Spreuk 80 – Zekere koers met open blik – 19 januari 2015

Spreuk 79 – Bekopen en losraken – 18 januari 2015

Spreuk 78 – Feedback – 17 januari 2015

Spreuk 77 – Diepgang – 16 januari 2015

Spreuk 76 – Gelijke bron – 15 januari 2015

Spreuk 75 – Speelruimte voor vergissingen – 14 januari 2015

Spreuk 74 – Onwillig mopperen – 13 januari 2015

Spreuk 73 – Direct benutten – 12 januari 2015

Spreuk 72 – Voortreffelijkheid – 11 januari 2015

Spreuk 71 – Ware wijsheid – 10 januari 2015

Spreuk 70 – Wakker ontwaken – 9 januari 2015

Spreuk 69 – Achterhalen – 8 januari 2015

Spreuk 68 – Bestendigen – 7 januari 2015

Spreuk 67 – Aanmatiging matigen – 6 januari 2015

Spreuk 66 – Geholpen worden of verward raken – 5 januari 2015

Spreuk 65 – Binnensluipen en afweren – 4 januari 2015

Spreuk 64 – Onjuiste voorstelling van zaken – 3 januari 2015

Spreuk 63 – Vasthouden of loslaten – 2 januari 2015

Spreuk 62 – Goede voornemens – 1 januari 2015

2014

Spreuk 61 – Geen idee – 31 december 2014

Spreuk 60 - Realiteitszin, aannamen en hersenschimmen – 30 december 2014

Spreuk 59 – Guitig opgestelde hypothesen – 29 december 2014

Spreuk 58 – Rijzende problemen – 28 december 2014

Spreuk 57 – Hypothesen als loopplanken – 27 december 2014

Spreuk 56 – Wirwar – 26 december 2014

Spreuk 55 - Vitterige waarnemers en grillige theoretici – 25 december 2014

Spreuk 54 – Abstraheren en concretiseren – 24 december 2014

Spreuk 53 – Nut van theorieën – 23 december 2014

Spreuk 52 – Nietszeggende gemiddelden – 22 december 2014

Spreuk 51 – Zuivere ervaring – 21 december 2014

Spreuk 50 – Productieve kracht laten gelden – 20 december 2014

Spreuk 49 – Onverloochenbaar – 19 december 2014

Spreuk 48 – Eigenheid – 18 december 2014

Spreuk 47 – Januskop – 17 december 2014

Spreuk 46 – Dialectiek – 16 december 2014

Spreuk 45 – Terminologie in verhouding tot fenomenen – 15 december 2014

Spreuk 44 – In het oog vatten en doordenken – 14 december 2014

Spreuk 43 – Taalworstelingen – 13 december 2014

Spreuk 42 – Bemoeienis – 12 december 2014

Spreuk 41 – Zelfeducatie en ondersteuning – 11 december 2014

Spreuk 40 – Transparantie – 10 december 2014

Spreuk 39 – Maximes helder bezien – 9 december 2014

Spreuk 38 – Omstreden raken – 8 december 2014

Spreuk 37 – Zwart op wit – 7 december 2014

Spreuk 36 - Gehoorbereik – 6 december 2014

Spreuk 35 – Onbegrip 5 december 2014

Spreuk 34 – Vermeend weerleggen – 4 december 2014

Spreuk 33 – Gezindheden – 3 december 2014

Spreuk 32 – Leer van Newton – 2 december 2014

Spreuk 31 – Onenigheid en problemen – 1 december 2014

Spreuk 30 – Gekante meningen – 30 november 2014

Spreuk 29 – Probleemstelling en twistappels – 29 november 2014

Spreuk 28 – Stokken en stilstaan – 28 november 2014

Spreuk 27 – Verstaanbaarheid – 27 november 2014

Spreuk 26 – Inlevingsvermogen – 26 november 2014

Spreuk 25 – Glad ijs – 25 november 2014

Spreuk 24 – Vrije val en botsing – 24 november 2014

Spreuk 23 – Antropomorfisme inherent aan menselijke natuur – 23 november 2014

Spreuk 22 – Wie of wat spreekt zich uit? – 22 november 2014

Spreuk 21 – Gelijke onderkent gelijke – 21 november 2014

Spreuk 20 – Uitgangspunt bij menselijke waarheden – 20 november 2014

Spreuk 19 – Menselijke voorstellingswijze en menselijke waarheid – 19 november 2014

Spreuk 18 – Ja en nee uit de mond van de natuur – 18 november 2014

Spreuk 17 – Verstand en hulpmiddelen – 17 november 2014

Spreuk 16 – Vrije focus – 16 november 2014

Spreuk 15 – Het onbeschrijfbare beschrijven – 15 november 2014

Spreuk 14 – Berekening en experiment – 14 november 2014

Spreuk 13 – Mens en moderne fysica – 13 november 2014

Spreuk 12 – Tolk van het verstand – 12 november 2014

Spreuk 11 – Zintuiglijke ervaringen en geestelijke vermogens – 11 november 2014

Spreuk 10 – Perspectivische wetten – 10 november 2014

Spreuk 9 – Blikrichting en corresponderende hoek – 9 november 2014

Spreuk 8 – Verschilzicht en positieverandering – 8 november 2014

Spreuk 7 – Gezichtsvermogen – 7 november 2014

Spreuk 6 – Vergelijken – 6 november 2014

Spreuk 5 – Aan- en indachtigheid – 5 november 2014

Spreuk 4 – Bedrieglijk oordeel – 4 november 2014

Spreuk 3 – Betrouwbare zintuigen – 3 november 2014

Spreuk 2 – Menselijke wijsheid – 2 november 2014

Spreuk 1 - Kenverhoudingen - 1 november 2014

Inleiding en verantwoording van Rudolf Steiner – 1 november 2014

Introductie en verantwoording – 1 november 2014