dinsdag 25 november 2014

Glad ijs

Johann Wolfgang von Goethe                                                              Spreuk 25
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Hoe zou het zijn als men langs die lijn het schaatsen als vergelijking bij de kop pakte? Waar bij het voorwaarts gaan de achterliggende voet er bij komt, terwijl die tegelijk de taak overneemt, nog zo’n haal naar voren te geven, en dat zijn dan momenteel achterliggende is voorbestemd, zich ook weer een tijdlang voorwaarts te bewegen.


Wie wäre es, wenn man auf demselben Wege den Vergleich von dem Schrittschuhfahren hernähme? wo das Vorwärtsdringen dem zurückbleibenden Fuße zukommt, indem er zugleich die Obliegenheit übernimmt, noch eine solche Anregung zu geben, daß sein nunmehriger Hintermann auch wieder eine Zeitlang sich vorwärts zu bewegen die Bestimmung erhält.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                  bij spreuk 23 tot en met 26



Alle verklaring van de natuur berust daarop, dat wat de mens aan zichzelf ervaart in de voorwerpen wordt gelegd. Zelfs de eenvoudigste verschijnselen worden langs die weg verklaard. Als wij de botsing van twee lichamen uitleggen, dan gebeurt dat zo dat wij ons voorstellen dat het ene lichaam op het andere net zo’n werking uitoefent, zoals wij dat doen als wij tegen een lichaam aanstoten. Godsvoorstelling is menselijke denk- en handelswijzen naar de totale natuur verplaatsen. Antropomorfisch is dus alle uitleg. De mus kan de ooievaar slechts vanuit de zienswijze van een mus beoordelen.


Alle Erklärung der Natur besteht darin, daß Erfahrungen, die der Mensch an sich selbst macht, in den Gegenstand hineingedeutet werden. Selbst die einfachsten Erscheinungen werden auf diese Weise erklärt. Wenn wir den Stoß zweier Körper erklären, so geschieht das dadurch, daß wir uns vorstellen, der eine Körper übe auf den andern eine ähnliche Wirkung, wie wir selbst, wenn wir einen Körper stoßen. Die Gottesvorstellung ist das Hineindeuten menschlicher Denk- und Handlungsweisen in die ganze Natur. Alle Erklärung ist also anthropomorphisch. Der Sperling kann den Storch nur vom Sperlingsstandpunkt aus beurteilen.


Audiovisuele weergave spreuk 25




Muziek
An den Mond - Franz Schubert

7 opmerkingen:

  1. Noot

    Op glad glas uit de voeten kunnen op dunne, scherp afgeslepen ijzers met karakteristieke bewegingen, anders als die bij een loopbeweging. In welke natuurverschijnselen legt een mens, antropomorfisch aangelegd, elementen van een schaatsbeweging? Goethe stelt die vraag zonder hem zelf te beantwoorden en ook Steiner werkt dat niet uit. Het gaat hier in ieder geval om glijden en verschuiven en minimaliseren van weerstand en wrijving.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. In bittere ijskou in staat zijn om snel vooruit te komen. Interessante metafoor. Ik beweeg mij hier op glad ijs, want ik kan niet schaatsen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Stel dat we de afgrond van de twijfel meer en meer tot afgrond van vertrouwen hebben gemaakt en het wordt ijskoud om ons heen, de wateren waar we ons steeds in hebben schoongewassen ... bevriezen... en dan blijkt dat we op dit bevroren water zelfbewust en met vertrouwen ons kunnen voortbewegen??? Niet gek. Ik denk dat het tijd wordt dat ik maar eens leer schaatsen.....

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Die Eisbahn. Johann Wolfgang Goethe.

    Wasser ist Körper und Boden die Welle. Das neuste Theater
    Thut, in der Sonne Glanz, zwischen den Ufern sich auf.
    Warlich es scheint nur ein Traum! bedeutende Bilder des Lebens
    Schweben, lieblich und ernst, über die Fläche dahin.

    Eingefroren sahen wir so Jahrhunderte starren,
    Menschengefühl und Vernunft schlich nur tief unten im Grund.

    Nur die Fläche bestimmt die kreisenden Bahnen des Lebens,
    Ist sie glatt so vergißt jeder die nahe Gefahr.
    Alle streben und eilen, und suchen und fliehen einander;

    Aber alle beschränkt freundlich die glättere Bahn.

    Alles gleitet unter einander, die Schüler und Meister,
    Und das gewöhnliche Volk, das in der Mitte sich hält.

    Jeder zeigt hier, was er vermag; nicht Lob und nicht Tadel
    Hielte diesen zurück, förderte jenen zum Ziel.

    Euch Präconen des Pfuschers, Verkleinerer des Meisters, euch wünscht ich,
    Blaß und im Ohnmachtsgefühl stumm, hier am Ufer zu sehn.
    Lehrling du schwankest und zauderst, und scheuest die glättere Fläche!
    Nur gelassen! du wirst einst noch die Freude der Bahn.

    Willst du schon zierlich erscheinen? und bist nicht sicher. Vergebens,

    Nur aus vollendeter Kraft blicket die Anmuth hervor.

    Fallen ist der Sterblichen Loos. So fällt hier der Schüler
    Wie der Meister, doch stürzt dieser gefährlicher hin.


    Fällt auf dem Eise der rüstigste Läufer, so lacht man am Ufer,
    Wie man bey Bier und Taback sich über Feldherrn erhebt.
    Gleite fröhlich dahin, gieb Rath dem werdenden Schüler,
    Freue des Meisters dich und so genieße des Tags.

    Siehe schon nahet der Frühling, das strömende Wasser verzehret
    Unten, der sanftere Blick, oben, der Sonne, das Eis.
    Dieses Geschlecht ist hinweg, zerstreut die bunte Gesellschaft,
    Schiffern und Fischern gehört wieder die wallende Fluth.

    Schwimme nur hin du mächtige Scholle! und kommst du als Scholle
    Nicht hinunter, du kommst doch wohl als Tropfen ins Meer.

    Publicatie door Friedrich Schiller in Musen – Almanach 1797

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Tjonge, waaraan heeft Goethe geen gedichten gewijd! Dank voor het posten Matthijs.

      Verwijderen
  5. ← ← ← Afbeelding is deel van een schaatsende Goethe.De schaatser Goethe als dichter, de dichter Goethe als schaatser.

    Over Januar zegt Goethe;
    "Ohne Schrittschuh und Schellengeläut / Ist der Januar ein böses Heut".
    Bron: Jahr in, Jahr ein.

    Over zelfontplooiing zegt de schaatsende Goethe;
    "Aber die Welt rennt unter einem weg wie der Schrittschuh, man muss sich vorwärts beugen, um nur nachzukommen, rückwärts darf man nicht schauen". An S. Boisserée 17-04-1817.

    Over schaatstechniek voor paren.
    Wie wäre es, wenn man auf demselben Wege den Vergleich von dem Schrittschuhfahren (Schlittschuhfahren) hernähme, wo das Vorwärtsdringen dem zurückbleibenden Fusse obliegt, indem er zugleich die Obliegenheit übernimmt, noch eine solche Anregung zu geben, dass sein nunmehriger Hintermann auch wieder eine Zeitlang sich vorwärtszubewegen die Bestimmung erhält?
    Bron: Maximen und Reflexionen 1243

    Zou Goethe hier de inspiratie aan hebben ontleend?
    Franz Gräffers;" Das Schlittschuhfahren, eine practische Anleitung zum schnellen und richtigen Selbsterlernen dieser genußvollen, stärkenden und edlen Kunst nebst einigen Beygaben (1827)".

    Boudewijn Büch, 14-12-1998 – 23-11-2002, schrijver van het boek; Goethe en geen einde 1990 schreef o.a. een hoofdstuk Gymnastiek.
    23 April 1777 noteerde Goethe in zijn eigenhandig in zijn dagboek;"Cörpeliche Übngen aller ley Art", ofwel ik deed vandaag allerlei gymnastiek oefeningen.
    Boudewijn Büch stelt zich de vraag of Goethe nu wel/niet een sportieve jongen was.
    Wat kon de dichter wel voor sporten hebben beoefend?

    Jarenlange zoektochten, naar vooral Literatuur over Goethe*, vond hij bij Carl Diem het 523 bladzijden tellende; "Körpererziehung bei Goethe" verschenen in 1948 en spoedig uitverkocht.
    Uit dit boek weten we dat Goethe op 13 maart 1778, na de ministerraad in Weimar; "met de kinderen op het veld balletje speelde" twee dagen later "in de tuin een balletje trapte.
    Büch kon zich dit van geliefde dichter nauwelijks voorstellen.
    Een boek over balneologie ging, Goethe-zij-dank, over de leer van het geneeskundig baden.

    Wel wist Buch reeds dat de dichter in zijn jonge jaren schaatste en dat daar afbeeldingen van bestonden.
    Boudewijn Büch schreef m.b.t. Goethe ook nog; De Goethe Industrie – Een Duitse ziekte.
    2002 beide uitgegeven door de Arbeiderspers, wat mij amuseert gezien de Adelijke status van - von Goethe.

    Eén van de schaatsende Goethe afbeeldingen.
    http://www.schaatsenmuseum.nl/images/prt-du-1865-goethe.frankfurt-800.jpg

    Zeichnungen von Wilhelm von Kaulbach auf Holz gezeichnet von Julius Schnorr gestochen von Allgair & Siegle.
    Hier zien een voorbeeld van reproductie bijvoorbeeld Reineke Fuchs illustratie's, waarin 3 fasen samenkomen; tekenen – tekenen op hout – grafisch werk –steken met de burijn.

    In Goethe’s tijd was het gebruikelijk om van een origineel schilderij reproductie-afbeeldingen te maken, waarbij de graficus niet schroomde een eigen versie te maken, vandaar de soms verwante op elkaar lijkende weergaven!
    Veelal werd hier de Houtsnede, Ets op koper, Gravure op metalen plaat, of Lithografie techniek - steendruk - gebruikt die het mogelijk maakt meerdere reproductie’s te maken.
    Onder rijksweg 13 Rotterdam – Delft liggen tal van gebruikte Litho-stenen als onderlaag op de veenhoudende grond.
    Van Goethe’s boeken die gedrukt zijn is het bekend dat er roofdrukken in omloop waren, de originele exemplaren zijn met handzet werk - letter voor letter met opvulstukjes – gezet, waarbij de inkt op het papier ligt, wat de liefhebber 'Himmelhoch laat Jauchsen'.

    Reproduceren geschiedde met beelden – borstbeelden - bekend voorbeeld is de strijd om het 'echte masker van de overleden Goethe'.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Interessant Matthijs. Goethe mag voor een aantal mensen dan wellicht een 'adellijke status' hebben. Maar juist hij stond voor uitbeelding van ware ware menselijkheid. Dat spreekt met name ook zo duidelijk uit zijn Faust epos.

      Verwijderen

Overzicht van alle blogberichten op Sprüche in Prosa

2015

Spreuk 158 – Levende eenheid – 14 mei 2015

Spreuk 157 – Heuristiek – 12 mei 2015

Spreuk 156 – Illusoire inkapseling – 7 mei 2015

Spreuk 155 – Verstommen – 4 mei 2015

Spreuk 154 – Skelet en eeuwige rede – 2 mei 2015

Spreuk 153 – Geognosie en verbeeldingskracht - 30 april 2015

Spreuk 152 – Creatief omwerken – 28 april 2015

Spreuk 151 – Onderscheiden van rede en verstand – 25 april 2015

Spreuk 150 – Algemene oorzaken – 18 april 2015

Spreuk 149 – Eenvoud – 16 april 2015

Spreuk 148 – Ondeelbaar fenomeen – 15 april 2015

Spreuk 147 – Geschiedkundige methode – 13 april 2015

Spreuk 146 – Mechaniseren – 12 april 2015

Spreuk 145 – Tezamen gedacht – 11 april 2015

Spreuk 144 – Symptoom en kwaal – 9 april 2015

Spreuk 143 – Werking en oorzaak – 8 april 2015

Spreuk 142 – Nadelen bij vragen over oorzakelijkheid – 6 april 2015

Spreuk 141 – Causaliteitsdenken – 5 april 2015

Spreuk 140 - Nabijgelegen fenomenen en hardleersheid – 4 april 2015

Spreuk 139 – Fenomenen gewaarworden – 3 april 2015

Spreuk 138 – Mensheidsformaat of kleingeestigheid – 2 april 2015

Spreuk 137 – Oerfenomenen en angst – 31 maart 2015

Spreuk 136 – Karakteristieke oerfenomenen – 30 maart 2015

Spreuk 135 – Kernvraagstukken – 29 maart 2015

Spreuk 134 – Oorspronkelijke condities – 28 maart 2015

Spreuk 133 – Voortgang onderzoek – 23 maart 2015

Spreuk 132 – Elementaire ervaringen – 22 maart 2015

Spreuk 131 – Beroep doen op metafysica – 21 maart 2015

Spreuk 130 – Metafysica van de verschijnselen – 20 maart 2015

Spreuk 129 – Bestaan – 19 maart 2015

Spreuk 128 – Betrekkelijk en toch absoluut – 18 maart 2015

Spreuk 127 – De natuur en het bijzondere en het algemene – 17 maart 2015

Spreuk 126 – Ware symboliek – 16 maart 2015

Spreuk 125 – Bijzonder algemeen – 15 maart 2015

Spreuk 124 – Geldige algemeenheid – 14 maart 2015

Spreuk 123 – Trefzeker – 13 maart 2015

Spreuk 122 – Operationeel waarheidsgevoel – 12 maart 2015

Spreuk 121 – Waarde van fenomenen – 11 maart 215

Spreuk 120 – Experiment – 10 maart 2015

Spreuk 119 – Uitvindingen en ontdekkingen – 9 maart 2015

Spreuk 118 – Principe van de kleurschakering – 8 maart 2015

Spreuk 117 – Werkende beginselen – 25 februari 2015

Spreuk 116 – Deelverklaring – 24 februari 2015

Spreuk 115 – Van weten naar wetenschap – 23 februari 2015

Spreuk 114 – Groeiende twijfel – 22 februari 2015

Spreuk 113 – Waarachtig en leugenachtig – 21 februari 2015

Spreuk 112 – Wetenschappelijke zekerheid – 20 februari 2015

Spreuk 111 – Spinozisme versus machiavellisme – 19 februari 2015

Spreuk 110 – Enthousiast overdenken – 18 februari 2015

Spreuk 109 – Consequenties – 17 februari 2015

Spreuk 108 – Praktijk en mensenverstand – 16 februari 2015

Spreuk 107 – Filosofie en mensenverstand – 15 februari 2015

Spreuk 106 – Kritiek van het mensenverstand – 14 februari 2015

Spreuk 105 – Algemeen verstand – 13 februari 2015

Spreuk 104 – Genius – 12 februari 2015

Spreuk 103 – Markant – 11 februari 2015

Spreuk 102 – Onderscheid en verstand – 10 februari 2015

Spreuk 101 – Uit elkaar houden en invoegen – 9 februari 2015

Spreuk 100 – Poëzie van het genie – 8 februari 2015

Spreuk 99 – Uiterlijk en innerlijk – 7 februari 2015

Spreuk 98 – Gewoon bekijken en zuiver aanschouwen – 6 februari 2015

Spreuk 97 – Zuiver opvatten en recht doen – 5 februari 2015

Spreuk 96 – Vruchtbare beschouwingswijze – 4 februari 2015

Spreuk 95 – Geen mythologie en legenden in de wetenschap – 3 februari 2015

Spreuk 94 – Twee klippen – 2 februari 2015

Spreuk 93 – Niet op slot gooien – 1 februari 2015

Spreuk 92 – Analogie met goed gezelschap – 31 januari 2015

Spreuk 91 – Inductie – 30 januari 2015

Spreuk 90 – Voortschrijden – 29 januari 2015

Spreuk 89 – Axioma enthymeem – 28 januari 2015

Spreuk 88 – Ongeluk – 27 januari 2015

Spreuk 87 – Herleiden en relateren – 26 januari 2015

Spreuk 86 – Eenvoud – 25 januari 2015

Spreuk 85 – Strategie – 24 januari 2015

Spreuk 84 – Probleem onderkennen – 23 januari 2015

Spreuk 83 – Miniaturen – 22 januari 2015

Spreuk 82 – Leemten – 21 januari 2015

Spreuk 81 – Afstemmen – 20 januari 2015

Spreuk 80 – Zekere koers met open blik – 19 januari 2015

Spreuk 79 – Bekopen en losraken – 18 januari 2015

Spreuk 78 – Feedback – 17 januari 2015

Spreuk 77 – Diepgang – 16 januari 2015

Spreuk 76 – Gelijke bron – 15 januari 2015

Spreuk 75 – Speelruimte voor vergissingen – 14 januari 2015

Spreuk 74 – Onwillig mopperen – 13 januari 2015

Spreuk 73 – Direct benutten – 12 januari 2015

Spreuk 72 – Voortreffelijkheid – 11 januari 2015

Spreuk 71 – Ware wijsheid – 10 januari 2015

Spreuk 70 – Wakker ontwaken – 9 januari 2015

Spreuk 69 – Achterhalen – 8 januari 2015

Spreuk 68 – Bestendigen – 7 januari 2015

Spreuk 67 – Aanmatiging matigen – 6 januari 2015

Spreuk 66 – Geholpen worden of verward raken – 5 januari 2015

Spreuk 65 – Binnensluipen en afweren – 4 januari 2015

Spreuk 64 – Onjuiste voorstelling van zaken – 3 januari 2015

Spreuk 63 – Vasthouden of loslaten – 2 januari 2015

Spreuk 62 – Goede voornemens – 1 januari 2015

2014

Spreuk 61 – Geen idee – 31 december 2014

Spreuk 60 - Realiteitszin, aannamen en hersenschimmen – 30 december 2014

Spreuk 59 – Guitig opgestelde hypothesen – 29 december 2014

Spreuk 58 – Rijzende problemen – 28 december 2014

Spreuk 57 – Hypothesen als loopplanken – 27 december 2014

Spreuk 56 – Wirwar – 26 december 2014

Spreuk 55 - Vitterige waarnemers en grillige theoretici – 25 december 2014

Spreuk 54 – Abstraheren en concretiseren – 24 december 2014

Spreuk 53 – Nut van theorieën – 23 december 2014

Spreuk 52 – Nietszeggende gemiddelden – 22 december 2014

Spreuk 51 – Zuivere ervaring – 21 december 2014

Spreuk 50 – Productieve kracht laten gelden – 20 december 2014

Spreuk 49 – Onverloochenbaar – 19 december 2014

Spreuk 48 – Eigenheid – 18 december 2014

Spreuk 47 – Januskop – 17 december 2014

Spreuk 46 – Dialectiek – 16 december 2014

Spreuk 45 – Terminologie in verhouding tot fenomenen – 15 december 2014

Spreuk 44 – In het oog vatten en doordenken – 14 december 2014

Spreuk 43 – Taalworstelingen – 13 december 2014

Spreuk 42 – Bemoeienis – 12 december 2014

Spreuk 41 – Zelfeducatie en ondersteuning – 11 december 2014

Spreuk 40 – Transparantie – 10 december 2014

Spreuk 39 – Maximes helder bezien – 9 december 2014

Spreuk 38 – Omstreden raken – 8 december 2014

Spreuk 37 – Zwart op wit – 7 december 2014

Spreuk 36 - Gehoorbereik – 6 december 2014

Spreuk 35 – Onbegrip 5 december 2014

Spreuk 34 – Vermeend weerleggen – 4 december 2014

Spreuk 33 – Gezindheden – 3 december 2014

Spreuk 32 – Leer van Newton – 2 december 2014

Spreuk 31 – Onenigheid en problemen – 1 december 2014

Spreuk 30 – Gekante meningen – 30 november 2014

Spreuk 29 – Probleemstelling en twistappels – 29 november 2014

Spreuk 28 – Stokken en stilstaan – 28 november 2014

Spreuk 27 – Verstaanbaarheid – 27 november 2014

Spreuk 26 – Inlevingsvermogen – 26 november 2014

Spreuk 25 – Glad ijs – 25 november 2014

Spreuk 24 – Vrije val en botsing – 24 november 2014

Spreuk 23 – Antropomorfisme inherent aan menselijke natuur – 23 november 2014

Spreuk 22 – Wie of wat spreekt zich uit? – 22 november 2014

Spreuk 21 – Gelijke onderkent gelijke – 21 november 2014

Spreuk 20 – Uitgangspunt bij menselijke waarheden – 20 november 2014

Spreuk 19 – Menselijke voorstellingswijze en menselijke waarheid – 19 november 2014

Spreuk 18 – Ja en nee uit de mond van de natuur – 18 november 2014

Spreuk 17 – Verstand en hulpmiddelen – 17 november 2014

Spreuk 16 – Vrije focus – 16 november 2014

Spreuk 15 – Het onbeschrijfbare beschrijven – 15 november 2014

Spreuk 14 – Berekening en experiment – 14 november 2014

Spreuk 13 – Mens en moderne fysica – 13 november 2014

Spreuk 12 – Tolk van het verstand – 12 november 2014

Spreuk 11 – Zintuiglijke ervaringen en geestelijke vermogens – 11 november 2014

Spreuk 10 – Perspectivische wetten – 10 november 2014

Spreuk 9 – Blikrichting en corresponderende hoek – 9 november 2014

Spreuk 8 – Verschilzicht en positieverandering – 8 november 2014

Spreuk 7 – Gezichtsvermogen – 7 november 2014

Spreuk 6 – Vergelijken – 6 november 2014

Spreuk 5 – Aan- en indachtigheid – 5 november 2014

Spreuk 4 – Bedrieglijk oordeel – 4 november 2014

Spreuk 3 – Betrouwbare zintuigen – 3 november 2014

Spreuk 2 – Menselijke wijsheid – 2 november 2014

Spreuk 1 - Kenverhoudingen - 1 november 2014

Inleiding en verantwoording van Rudolf Steiner – 1 november 2014

Introductie en verantwoording – 1 november 2014